ECLI:NL:RBLIM:2025:12214

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
03.162536.25, 03.105558.19 (tul)
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het medeplegen van een poging gewapende overval op de KFC Sittard-Geleen

Op 10 december 2025 heeft de Rechtbank Limburg in Maastricht uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die op 18 mei 2025 samen met een medeverdachte heeft geprobeerd een gewapende overval te plegen op de KFC Sittard-Geleen. De verdachte werd bijgestaan door mr. B.H.M. Nijsten. Tijdens de zitting op 26 november 2025 zijn de feiten en standpunten van de officier van justitie en de verdediging besproken. De rechtbank oordeelde dat de verdachte wettig en overtuigend schuldig was aan de poging tot diefstal met geweld, waarbij hij en zijn medeverdachte een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gebruikten om de medewerkers van de KFC te bedreigen. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast werden er bijzondere voorwaarden verbonden aan het voorwaardelijke deel van de straf, waaronder een meldplicht bij de reclassering en een drugs- en alcoholverbod. De benadeelde partij, vertegenwoordigd door Slachtofferhulp Nederland, vorderde schadevergoeding, welke door de rechtbank werd toegewezen. De rechtbank benadrukte de ernst van het feit en de impact op de slachtoffers, wat leidde tot een hogere straf dan door de verdediging was bepleit.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummers : 03.162536.25, 03.105558.19 (tul)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige strafkamer van 10 december 2025
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 1987,
gedetineerd in [P.I.] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. B.H.M. Nijsten, advocaat te Cadier en Keer.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 november 2025. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
[benadeelde partij] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partij is op de zitting gehoord de heer [naam 7] van Slachtofferhulp Nederland. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 18 mei 2025 te Sittard samen met een ander heeft geprobeerd te stelen van de KFC Sittard-Geleen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld, dan wel samen met een ander heeft geprobeerd de KFC Sittard-Geleen af te persen.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde
3.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde kan worden bewezen.
3.3
Het oordeel van de rechtbank [1]
Primair:
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met een ander heeft geprobeerd van de KFC Sittard-Geleen te stelen onder dreiging met geweld. Omdat de verdachte hierover een bekennende verklaring heeft afgelegd en namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank op grond van artikel 359 lid 3 Wetboek van Strafvordering met opgave van de bewijsmiddelen:
  • De bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 26 november 2025;
  • De aangifte van [benadeelde partij] ;
- Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 1] ; [3]
- Het proces-verbaal van verhoor [naam 2] . [4]
Bewijsoverweging
De rechtbank acht op grond van de inhoud van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met zijn medeverdachte [medeverdachte] op 18 mei 2025 heeft geprobeerd te stelen van de KFC Sittard-Geleen door gebruik te maken van bedreiging (of: waarbij is gedreigd) met geweld.
De verdachte heeft verklaard dat [medeverdachte] hem vroeg of hij wat geld wilde verdienen en dat hij toen is meegegaan. Diezelfde avond zijn de verdachte en [medeverdachte] naar de KFC gereden en hebben zij geprobeerd geld te stelen.
Onder invloed van verdovende middelen zijn de verdachte en [medeverdachte] met de scooter van [medeverdachte] naar de KFC Sittard-Geleen gereden, hebben de scooter bij het tankstation naast de KFC geparkeerd en zijn vervolgens met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een soort wapenstok en een fietstas naar binnen gegaan met als doel om met geld naar buiten te komen. Ze hebben hun gezicht gemaskerd voordat ze naar binnen gingen. Bij de KFC is het op een vuurwapen gelijkend voorwerp dreigend van dichtbij op het hoofd van medewerkster [naam 2] gericht en daarna vroegen zij, met een wapenstok in de hand en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gericht op medewerkers van de KFC , onder wie manager [benadeelde partij] , om de sleutel van de kluis waarin het geld lag. Dat impliceert naar het oordeel van de rechtbank dat de verdachte en [medeverdachte] na de ontvangst van de kluissleutel zelf het geld uit de kluis wilden pakken, zodat het primaire feit bewezen wordt verklaard. Dat het wellicht geen weldoordacht plan is geweest, maakt dit niet anders.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
T.a.v. primair:
op 18 mei 2025 te Sittard tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om geld, dat geheel aan KFC Sittard-Geleen toebehoorde weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij] en/of [naam 3] en/of [naam 1] en/of [naam 4] en/of [naam 2] en/of [naam 5] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, met gezichtsbedekking en donkere/zwarte kleding en gewapend met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en wapenstokken (ploertendoders) die KFC is binnengegaan en (vervolgens) een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gericht op die [naam 2] en (vervolgens) die [naam 2] en die [naam 1] de woorden heeft toegevoegd: "key, money en sleutel", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en (vervolgens) heeft geschreeuwd naar en/of gezegd tegen die [naam 2] en/of [naam 1] en/of [naam 4] en/of [naam 3] en/of [naam 5] dat ze voor de deur van het managerskantoor moesten gaan staan, en (vervolgens) een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [benadeelde partij] heeft gericht en heeft geschreeuwd "sleutel, sleutel ik wil de sleutel", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
Eventuele taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging zijn in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet in zijn belangen geschaad. Specifiek is onder primair de bewezenverklaring taalkundig gecorrigeerd.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:
T.a.v. primair:
poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De straf

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Met aan de proeftijd te verbinden de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en een groot deel voorwaardelijk, als stok achter de deur. De verdachte is nu gemotiveerd en kan per 1 december 2025 starten bij [zorginstelling] .
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft op 18 mei 2025 samen met [medeverdachte] geprobeerd een overval te plegen op de KFC Sittard-Geleen. De verdachte en [medeverdachte] hebben hierin beiden een gelijkwaardige en essentiële rol gehad. [medeverdachte] droeg een op een vuurwapen gelijkend voorwerp bij zich, terwijl de verdachte met een wapenstok het nog aanwezig personeel angst aanjaagde. Die overval is niet gelukt, maar de impact ervan op het personeel dat daarbij aanwezig was is groot. Slachtoffers van een dergelijke overval kampen vaak langdurig met de emotionele gevolgen van zo een feit. Elke dag die zij werken, wordt op de een of andere manier spanning en angst ervaren. Ter terechtzitting is namens een van de slachtoffers, mevrouw [benadeelde partij] naar voren gebracht hoe de gebeurtenis haar nog steeds beïnvloedt. Zo durfde zij de eerste 10 dagen na de overval niet in het restaurant te komen en durft zij niet meer alleen op de locatie aanwezig te zijn. De verdachten hebben door zo te handelen niet stilgestaan bij de mogelijke impact hiervan op de slachtoffers. Zij hebben enkel gedacht aan hun eigen belang en dat rekent de rechtbank hen aan.
Bij een voltooide overval geldt als uitgangspunt een gevangenisstraf van 2 jaren, wanneer er licht geweld is gebruikt of gedreigd is met geweld. Wanneer de overval gepaard gaat met het gebruik van een (nep)wapen, wat in deze zaak het geval is geweest, is een verhoging gepast, net als vanwege de omstandigheid dat er sprake is van medeplegen. Daar komt dan nog bij dat de verdachte een strafblad heeft waaruit volgt dat de verdachte vaker met politie en/of justitie in aanraking is gekomen, omdat hij onder invloed van zijn verslaving al vaker vermogensdelicten en andere feiten heeft gepleegd. Nu lijkt hij een stap verder te zijn gegaan. Met de strafoplegging wil de rechtbank tot uitdrukking brengen dat het hier om een ernstig feit gaat dat door de samenleving niet wordt getolereerd. Daarin vindt de rechtbank reden om een lange gevangenisstraf op te leggen.
Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank naast de ernst van de feiten ook kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 17 november 2025. Uit het reclasseringsrapport komt naar voren dat de verdachte kampt met een forse harddrugsverslaving en dat er psychische problemen zijn die nader onderzocht dienen te worden en behandeling behoeven. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld. De verdachte laat bij de reclassering een gemotiveerde indruk achter. Hij wil medewerking geven aan reclasseringstoezicht met strikte voorwaarden en zou vanaf 1 december 2025 al terecht kunnen bij [zorginstelling] . Hoewel het reclasseringsadvies een positief beeld schetst over de persoon van de verdachte, is de rechtbank van oordeel dat de ernst van het feit en de impact daarvan op de slachtoffers in het reclasseringsadvies onvoldoende naar voren komt. De rechtbank begrijpt dit advies, maar ziet gelet op de ernst van het feit hierin geen reden om te komen tot het opleggen van een lagere straf dan de hierna volgende. Tenuitvoerlegging van dat advies kan na die straf plaats vinden.
De rechtbank zal, alles afwegende, aan de verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Gelet op het advies van de reclassering acht de rechtbank het van belang dat de verdachte passende begeleiding en behandeling krijgt en zal zij aan het voorwaardelijk deel de volgende bijzondere voorwaarden verbinden: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname), begeleid wonen of maatschappelijke opvang, drugsverbod, alcoholverbod en meewerken aan bewindvoering.
Tenuitvoerlegging
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.

7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1
De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij vordert schadevergoeding tot een bedrag van 2.000 euro aan immateriële schade.
De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van dat bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.3
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
7.4
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [benadeelde partij] door het hiervoor bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks schade is toegebracht.
De vordering is door de verdediging niet weersproken. Nu de vordering de rechtbank ook niet onredelijk of ongegrond voorkomt, acht de rechtbank de vordering toewijsbaar.
Wettelijke rente, schadevergoedingsmaatregel en hoofdelijk
Het toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 mei 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen over het bedrag, zodat inning van het verschuldigde bedrag de benadeelde partij uit handen wordt genomen door de Staat. Ook dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente.
De rechtbank zal de vorderingen van de benadeelde partij hoofdelijk toewijzen en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk opleggen, aangezien deze vordering tevens in de strafzaak van de medeverdachte is ingediend. De verdachte wordt aldus veroordeeld tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te voldoen voor zover deze vordering niet reeds door of namens de medeverdachte is betaald.

8.De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg van 9 januari 2024 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand.
8.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen dan wel de proeftijd van de voorwaardelijk opgelegde straf te verlengen
8.3
Het oordeel van de rechtbank
Nu gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt, is de rechtbank van oordeel dat de tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijke straf op zijn plaats is. De rechtbank ziet in wat door de verdediging naar voren is gebracht ook geen aanleiding om anders te beslissen. Daarom zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie toewijzen en de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf gelasten.

9.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
  • verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4. is omschreven;
  • verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
  • veroordeelt de verdachte tot een
  • beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
  • bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
  • stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
Meldplicht bij reclassering
De veroordeelde meldt zich binnen 5 dagen na het ingaan van de proeftijd bij SVG Reclassering Limburg Mondriaan (088-5068888). De veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
Ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname)
De veroordeelde laat zich behandelen door Mondriaan Radix of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrisch ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor detoxificatie. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal de veroordeelde zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt.
Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
De veroordeelde verblijft binnen [zorginstelling] of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start bij de start van de proeftijd. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.
Drugsverbod
De veroordeelde gebruikt geen drugs en werkt mee aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd.
Alcoholverbod
De veroordeelde gebruikt geen alcohol, en werkt mee aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd.
Meewerken aan bewindvoering
De veroordeelde werkt mee aan het bewindvoeringstraject zoals met [zorginstelling] afgesproken.
  • geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
  • voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 03.105558.19
- gelast dat de voorwaardelijk opgelegde straf, te weten
een gevangenisstrafvoor de duur van
1 maand, alsnog
ten uitvoer zal worden gelegd;
Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
[benadeelde partij]
  • wijstde vordering van de
    benadeelde partij [benadeelde partij] , geheel toeen veroordeelt de verdachte hoofdelijk om aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van
    2.000 eurobestaande uit immateriële schade. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de
    wettelijke rentevanaf
    18 mei 2025tot aan de dag der algehele voldoening;
  • veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
  • legt aan de verdachte op de (hoofdelijke) verplichting tot
  • bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 30 dagen, met dien verstande dat deze gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;
  • bepaalt dat de verdachte niet is gehouden tot betaling indien en voor zover het bedrag door hem en/of zijn mededader is betaald.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.C.A.M. Philippart, voorzitter, mr. M.J.M. Goessen en mr. L.H.M. Geuns, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.M.N.F. Roelofs, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 december 2025.
Buiten staat
Mr. R.C.A.M. Philippart is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
1
hij op of omstreeks 18 mei 2025 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan KFC Sittard-Geleen, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij] en/of [naam 3] en/of [naam 6] en/of [naam 1] en/of [naam 4] en/of [naam 2] en/of [naam 5] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) (ieder) met balaclavas althans met gezichtsbedekking en/of donkere/zwarte kleding en gewapend met een vuurwapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of wapenstokken (ploertendoders) die KFC is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben gericht op die [naam 2] en/of (vervolgens) die [naam 2] en/of die [naam 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "key, money en sleutel", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens) hebben geschreeuwd naar en/of gezegd tegen die [naam 2] en/of [naam 1] en/of [naam 4] en/of [naam 3] en/of [naam 5] dat ze voor de deur van het managerskantoor moesten gaan staan, en/of (vervolgens) een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op die [naam 2] en/of [naam 1] en/of [naam 4] en/of [naam 3] en/of [naam 5] en/of [benadeelde partij] hebben gericht en/of hebben geschreeuwd "sleutel, sleutel ik wil de sleutel", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 18 mei 2025 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij] en/of [naam 3] en/of [naam 6] en/of [naam 1] en/of [naam 4] en/of [naam 2] en/of [naam 5] te dwingen tot de afgifte van een sleutel en/of geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan KFC Sittard-Geleen en/of een derde toebehoorde(n), welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) (ieder) met balaclavas althans met gezichtsbedekking en/of donkere/zwarte kleding en gewapend met een vuurwapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of wapenstokken (ploertendoders) die KFC is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben gericht op die [naam 2] en/of (vervolgens) die [naam 2] en/of die [naam 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "key, money en sleutel", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
(vervolgens) hebben geschreeuwd naar en/of gezegd tegen die [naam 2] en/of [naam 1] en/of [naam 4] en/of [naam 3] en/of [naam 5] dat ze voor de deur van het managerskantoor moesten gaan staan, en/of (vervolgens) een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op die [naam 2] en/of [naam 1] en/of [naam 4] en/of [naam 3] en/of [naam 5] en/of [benadeelde partij] hebben gericht en/of hebben geschreeuwd "sleutel, sleutel ik wil de sleutel", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voetnoten

1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer LB3R025046, gesloten d.d. 3 juli 2025, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 301.
2.Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij] d.d. 19 mei 2025, pg. 17-20.
3.Proces-verbaal van verhoor van [naam 1] d.d. 19 mei 2025, pg. 27-29.
4.Proces-verbaal van verhoor van [naam 2] d.d. 19 mei 2025, pg. 32-34.