Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- De bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 26 november 2025;
- De aangifte van [benadeelde partij] ;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De vordering tenuitvoerlegging
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4. is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
- geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
een gevangenisstrafvoor de duur van
1 maand, alsnog
ten uitvoer zal worden gelegd;
- wijstde vordering van de
benadeelde partij [benadeelde partij] , geheel toeen veroordeelt de verdachte hoofdelijk om aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van
2.000 eurobestaande uit immateriële schade. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de
wettelijke rentevanaf
18 mei 2025tot aan de dag der algehele voldoening; - veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de (hoofdelijke) verplichting tot
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 30 dagen, met dien verstande dat deze gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat de verdachte niet is gehouden tot betaling indien en voor zover het bedrag door hem en/of zijn mededader is betaald.
(vervolgens) hebben geschreeuwd naar en/of gezegd tegen die [naam 2] en/of [naam 1] en/of [naam 4] en/of [naam 3] en/of [naam 5] dat ze voor de deur van het managerskantoor moesten gaan staan, en/of (vervolgens) een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op die [naam 2] en/of [naam 1] en/of [naam 4] en/of [naam 3] en/of [naam 5] en/of [benadeelde partij] hebben gericht en/of hebben geschreeuwd "sleutel, sleutel ik wil de sleutel", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.