In deze zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de weigering van de gemeente Maastricht om een omgevingsvergunning te verlenen voor het vervangen van de kozijnen van zijn pand, dat is aangemerkt als een beschermd gemeentelijk monument. De rechtbank heeft vastgesteld dat de gemeente de aanvraag terecht heeft opgevat als een vergunningsplichtige activiteit op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De rechtbank oordeelt dat de gemeente voldoende heeft gemotiveerd waarom het belang van monumentenzorg zich verzet tegen de aangevraagde wijziging. Eiser heeft aangevoerd dat de gemeente ten onrechte heeft geconcludeerd dat zijn pand een beschermd monument is en dat de aanvraag voor de wijziging van de kozijnen niet correct is beoordeeld. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat de aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument in het bestemmingsplan is opgenomen en dat de gemeente de aanvraag op basis van de geldende regelgeving heeft beoordeeld. Het beroep van eiser is ongegrond verklaard, maar het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn is toegewezen. De rechtbank heeft de Staat der Nederlanden veroordeeld tot betaling van € 1000,00 aan eiser en tot betaling van proceskosten van € 453,50.