Partijen sloten een huurovereenkomst voor een appartement met een minimale duur van twee jaar, ingaande op 1 augustus 2025. De huurder betaalde een borgsom van €1.500,00 maar zegde de overeenkomst vóór de ingangsdatum op vanwege het niet verkrijgen van huursubsidie. De verhuurder weigerde de borgsom terug te betalen.
De kantonrechter stelde vast dat tijdelijke huurovereenkomsten sinds 1 juli 2024 niet meer zijn toegestaan, waardoor het beding voor een minimale huurperiode van twee jaar nietig is. De huurder mocht de overeenkomst dan ook met inachtneming van een opzegtermijn van één maand opzeggen, wat zij heeft gedaan. De verhuurder accepteerde de opzegging door een nieuwe huurder te vinden.
Omdat de huurder geen gebruik heeft gemaakt van het gehuurde en geen schade heeft veroorzaakt, moest de borgsom binnen 14 dagen na beëindiging worden gerestitueerd. De verhuurder was in verzuim door niet tijdig terug te betalen. Ook de gevorderde buitengerechtelijke kosten en proceskosten werden toegewezen.