ECLI:NL:RBLIM:2025:11746
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de aanvraag voor een Wajong-uitkering op basis van de tienjarenregel en de aanvangsdatum van het ontbreken van arbeidsvermogen
In deze zaak heeft eiser, geboren op 22 juli 1995, een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering op basis van de tienjarenregel, met de verzoekdatum van 22 juli 2023. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft deze aanvraag afgewezen, stellende dat eiser pas op 1 juli 2024 tien jaar tijdelijk geen arbeidsvermogen heeft gehad. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt, maar het Uwv heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft de zaak op 22 oktober 2025 behandeld. Eiser was vertegenwoordigd door zijn gemachtigde, terwijl het Uwv wegens ziekte van de gemachtigde afwezig was. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser eerder een Wajong-aanvraag had ingediend, die was afgewezen omdat hij arbeidsvermogen had. Eiser heeft tegen deze eerdere afwijzing beroep ingesteld, dat door de Centrale Raad van Beroep is bevestigd.
De rechtbank oordeelt dat de aanvangsdatum van het ontbreken van arbeidsvermogen bepalend is voor de tienjarenregeling en dat deze datum moet worden vastgesteld op basis van alle beschikbare gegevens ten tijde van de aanvraag. De rechtbank is van mening dat het Uwv in zijn besluit onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld, omdat het enkel heeft verwezen naar eerdere besluiten zonder een nieuwe beoordeling te maken. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit in strijd is met de Algemene wet bestuursrecht, maar dat het inhoudelijk juist is. Eiser is niet benadeeld door deze schending, waardoor de rechtbank afziet van vernietiging van het besluit.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, veroordeelt het Uwv in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,- en bepaalt dat het Uwv het griffierecht van € 51,- aan eiser vergoedt. De uitspraak is gedaan door rechter T.M. Schelfhout en is openbaar uitgesproken op 28 november 2025.