10.1.De voorzieningenrechter overweegt dat – hoewel sloop in het aanvraagformulier is vermeld bij de omschrijving van het project – vergunninghoudster geen aanvraag voor een sloopvergunning heeft ingediend. Het college heeft ook geen vergunning daarvoor verleend. Het college heeft op zitting desgevraagd aangegeven dat alleen een meldingsplicht voor het slopen geldt en dat die melding door vergunninghoudster ook is ingediend. Dit betekent dat de sloop van de muren van de feestzaal en de garage waartegen verzoekers zich met name keren, in deze procedure niet aan de orde kan komen. Hetzelfde geldt voor de volgens verzoekers vergunningplichtige flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder g, van de Ow. De gronden die daartegen zijn gericht, worden dan ook niet inhoudelijk besproken. De uitspraak van de Afdeling waarop verzoekers wijzen, is gedaan onder het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met de Omgevingswet is de systematiek gewijzigd en speelt het begrip ‘onlosmakelijke samenhang’ geen rol meer. Als een vergunning voor sloop of voor een flora- en fauna-activiteit nodig zou zijn, bestaat er geen verplichting meer om deze gelijktijdig met de vergunning voor het bouwen aan te vragen.
Toetsingskader
11. Op 1 januari 2024 is de Ow in werking getreden. Met de inwerkingtreding van deze wet beschikt elke gemeenteautomatisch (van rechtswege) over een omgevingsplanmet regels over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. Ten tijde van het bestreden besluit bestond het omgevingsplan van de gemeente Voerendaal (hierna: het omgevingsplan) uit een tijdelijk deel, waarin onder meer alle bestemmingsplannen waren opgenomen die vóór 1 januari 2024 golden.
12. Op de locatie was vóór 1 januari 2024 het bestemmingsplan “Kernen Klimmen, Ransdaal, Ubachsberg e.o.” (hierna: het bestemmingsplan) van kracht. Het bestemmingsplan maakt vanaf 1 januari 2024 deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Op onderhavig perceel geldt de bestemming “Horeca”. De aanvraag is in strijd met het omgevingsplan, omdat de gronden voor horeca zijn bestemd en alleen ten behoeve daarvan mag worden gebouwd.
13. Een activiteit die in strijd is met het omgevingsplan wordt een omgevingsplanactiviteit genoemd.Op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Ow is het verboden deze omgevingsplanactiviteit zonder omgevingsvergunning te verrichten. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) staan beoordelingsregels. Deze beoordelingsregels vormen het toetsingskader dat geldt wanneer het college de omgevingsvergunning voor deze omgevingsplanactiviteit verleent die niet in het omgevingsplan is voorzien. Dit wordt daarom de buitenplanse omgevingsactiviteit (hierna: bopa) genoemd. In artikel 8.0a, tweede lid, van het Bkl staat dat de omgevingsvergunning voor een bopa alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Mocht het college de omgevingsvergunning verlenen?
- Bopa of een wijziging omgevingsplan?
14. Verzoekers voeren onder verwijzing naar de website https://iplo.nl (Informatiepunt Leefomgeving) aan dat het college de omgevingsvergunning voor een bopa niet heeft mogen verlenen. Daartoe stellen verzoekers dat in dit geval sprake is van functieverandering (van bijeenkomst/horeca naar wonen) waarbij de geplande woningen niet volledig op de locatie van de te slopen bebouwing worden gerealiseerd. Hierdoor blijft een deel van de oorspronkelijke bebouwing en de bijbehorende functie volgens het omgevingsplan juridisch mogelijk. Dit betekent dat het schrappen of wijzigen van de regels uit het omgevingsplan noodzakelijk is om het bouwplan mogelijk te maken en dit zou dan door een wijziging van het omgevingsplan moeten gebeuren, aldus verzoekers.