In deze civiele procedure bij de Rechtbank Limburg heeft eiseres een verzet ingesteld tegen de Belastingdienst. De zaak diende voor het eerst op 17 september 2025. Eiseres was verplicht het griffierecht binnen vier weken na de eerste zitting te voldoen, dat wil zeggen uiterlijk 15 oktober 2025.
De griffier heeft eiseres op 21 oktober 2025 schriftelijk gewezen op het niet betalen van het griffierecht en de gevolgen daarvan, met de mogelijkheid om alsnog binnen een week voor de vonnisdatum het betalingsbewijs te overleggen. Eiseres heeft hier niet op gereageerd.
De kantonrechter oordeelt dat er geen omstandigheden zijn die een onbillijkheid van overwegende aard opleveren bij het verbinden van gevolgen aan het niet tijdig betalen van het griffierecht. Daarom wordt de Belastingdienst ontslagen van de instantie en wordt eiseres veroordeeld in de proceskosten, begroot op € 135,00.
Het vonnis is uitgesproken op 19 november 2025 door de kantonrechter A.P.A. Bisscheroux.