Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
“fully recovered and able to function well”zal terugkeren. Ook heeft zij hem meegedeeld dat haar standpunt over zijn “
performance in the past period”nog steeds geldt.
“last minute”zijn
“whereabouts”in de agenda verandert en dat zij niet ziet dat hij online is op dat moment. Verder staat in dit bericht dat hij een meeting gisteren heeft geweigerd en dat hij heeft voorgesteld die te verplaatsen naar vandaag. EEG heeft hem in het bericht medegedeeld deze werkwijze niet oké te vinden en dat zij morgen een meeting op kantoor met hem wil.
“prior notice”, dat hij zijn agenda
“last minute”aanpast en op een
“ad hoc basis”naar kantoor komt wanneer het hem uitkomt. Ze heeft hem daarbij medegedeeld dat dit gedrag in strijd is met
“our agreements regarding attendance”.
“work output, inconsistent presence during working hours, and unclarity around your availability”.
“ADHS-Syndroms (F90.0) und eines Asperger-Syndroms (F84.5)”.
“the potential implications about employees with disabilities in the Netherlands”.
“potential implications of this late disclosure”.Ook heeft zij hem in dit bericht meegedeeld dat zijn verzoek om thuis te mogen werken is afgewezen en dat zij zich zorgen maakt om zijn werkomgeving omdat hij regelmatig ramen opent bij een binnentemperatuur van 20/21 graden, hetgeen tot ongemak voor anderen leidt en waardoor
collega’s “have expressed reluctance to share the space with you”.
“Arbeidsunfähigkeitsbescheinigung”waarin een Duitse arts verklaart dat [verzoeker, verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek] sinds 7 april 2025
“arbeitsunfähig”is.
“Praktijkondersteuner bedrijfsarts de heer [naam praktijkondersteuner] ”.
“no show”en dat zij geen bericht van verhindering ontvangen heeft.
- [verzoeker, verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek] niet verplicht is op het fysieke gesprek te verschijnen en dat de instructie daartoe ook niet redelijk is vanwege de reistijd;
- [verzoeker, verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek] zich wel had afgemeld voor het gesprek op 30 april 2025;
- EEG het loon over de maand april 2025 binnen drie werkdagen dient te betalen.
- het loon van april 2025, dat volgens haar abusievelijk niet uitbetaald was, alsnog zal uitbetalen
- het loon van de volledige maand mei 2025 van € 4.400,00 bruto zal betalen
- de transitievergoeding van € 3.483,78 zal betalen, hoewel zij vindt dat zij daartoe niet verplicht is.
3.verzoek, het verweer en het tegenverzoek
4.De beoordeling van het verzoek
“Nederlandse zorgwereld de weg niet kent”.Dit zijn op zichzelf genomen begrijpelijke redenen, maar geen verklaring waarom hij niet ervoor heeft gekozen te worden behandeld in Aken, welke plaats veel dichter in de buurt van [woonplaats 2] ligt dan [woonplaats 1] . In Aken werd [verzoeker, verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek] immers al jarenlang behandeld. Dit blijkt uit een door hem zelf in deze procedure overgelegde brief van 5 december 2022 van een Duitse arts in Aken die verklaart dat [verzoeker, verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek] aldaar langjarig behandeld wordt (zie bijlage 3 van [verzoeker, verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek] en hiervoor onder randnummer 2.15.). Ook is het begrijpelijk dat [verzoeker, verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek] wilde terugkeren naar zijn ouders in [woonplaats 1] , maar van een (medische of anderszins) acute noodzaak daartoe is niet gebleken. Het is kortom een eigen (ongedwongen) keuze van [verzoeker, verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek] geweest om na zijn ziekmelding plotsklaps, zonder enig overleg met diens werkgever en zonder enige kenbare en onderbouwde noodzaak te gaan wonen in een plaats op zes uur afstand rijden van de vestiging van EEG, zijn werkgever. Van EEG kan onder die omstandigheden niet worden verlangd dat zij met die reisafstand rekening houdt.
€ 3.483,78 aan [verzoeker, verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek] betaald heeft. Zij is daarbij destijds uitgegaan van 16 of 31 mei 2025 als einddatum. Die einddatum is niet correct aangezien de arbeidsovereenkomst tussen partijen eindigt op 31 december 2025. Het gevolg daarvan is dat [verzoeker, verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek] recht heeft op een transitievergoeding die is berekend over de periode 1 april 2023 tot en met 31 december 2025. EEG zal dus worden veroordeeld om aan [verzoeker, verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek] een transitievergoeding te betalen, waarop dan wel het reeds betaalde bedrag van € 3.483,78 in mindering strekt. Dit houdt dus wel in dat het door [verzoeker, verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek] ter zitting ingenomen standpunt (zie randnummer. 24 van de pleitnota) wordt verworpen. Niet valt in te zien waarom niet rekening gehouden zou mogen worden met reeds eerder onder de noemer van transitievergoeding gedane betalingen van EEG.