Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
3.De feiten
- [eiseres] publiekelijk beschuldigingen en/of (impliciete) insinuaties uit via de (sociale) media, die gericht zijn op bestuurders en niet gegrond zijn. Hiermee schendt [eiseres] mogelijk de gedragscode en maakt zij zich mogelijk schuldig aan smaad en laster
- In de publieke beschuldigingen geen namen genoemd worden, maar deze direct herleidbaar zijn naar de desbetreffende bestuurder
- Er stelselmatig uitingen op diverse manieren worden gedaan die geschaard kunnen worden onder pesten op de werkvloer. Hiermee wordt een onveilige werksituatie gecreëerd, die vergaande (persoonlijke) consequenties tot gevolg hebben voor de desbetreffende persoon, raadsleden, het college en het ambtelijk apparaat.
Wij in onze gemeente een veilige werkomgeving willen waarin conform de gedragscode sprake is van artikel 6.3.3. (…)
4.Het geschil
5.De beoordeling
verplichtwas om stap 1 in alle gevallen te volgen. Het gaat erom of de gemeente in dit geval hiertoe was gehouden in het kader van de uiterste zorgvuldigheid en vertrouwelijkheid zoals die voortvloeien uit de gedragscode. De zorgvuldigheid ziet op alle fasen. De vertrouwelijkheid (artikel 7.8 lid 5) ziet strikt genomen alleen op het vooronderzoek (stap 2).
zonder meereen fatsoensnorm voor een raadslid is overschreden - dit nog los van de vraag of de inhoud van het bericht naar waarheid is en los van de vraag of de gedragscode is overschreden (bij leden van de raad bestond op dat moment over dit laatste twijfel, reden waarom om een vooronderzoek is verzocht). De kantonrechter beantwoordt die laatste vraag verderop.
nietervan op de hoogte dat de motie om méér dan alleen het facebookbericht zou gaan. De kantonrechter begrijpt dat [eiseres] zich op de vergadering overvallen voelde met het verwijt van stelselmatig pestgedrag – zij nam een half uur voor de behandeling van de motie eerst hiervan kennis – maar het verwijt an sich kan voor haar niet als een verrassing zijn gekomen (en was ook niet benevens de waarheid). De kantonrechter acht het daarmee niet geloofwaardig dat [eiseres] geen idee zou hebben gehad waar het “stelselmatig pesten” betrekking op had. [eiseres] was bij de behandeling aanwezig en heeft haar verhaal kunnen doen. Het feit dat de motie desondanks met overgrote meerderheid is aangenomen, spreekt boekdelen. Dat in de motie zoals die op schrift staat algemene termen zijn gebruikt - en het publiek hieruit geen kennis kan nemen van het exacte pestgedrag over de langere periode - acht de kantonrechter niet getuigen van een onzorgvuldigheid jegens [eiseres] . [eiseres] zelf wist wel degelijk waarom het in hoofdzaak ging.
wistdat het een provinciale weg betrof. Met deze schets van onjuiste gegevens wordt de wethouder eens te meer schade toe gebracht.
[eiseres]niet onrechtmatig heeft gehandeld, nu dit haar niet wordt verweten. De kantonrechter merkt hierbij op dat [eiseres] wel belang heeft bij de gevorderde verklaring voor recht dat
de gemeentejegens haar onrechtmatig heeft gehandeld, omdat hieraan de vorderingen die zien op rectificatie en schadevergoeding zijn verbonden. [eiseres] miskent hierbij dat, zo [eiseres] al een belang zou hebben, de vraag dan zou voorliggen of [eiseres] jegens de betreffende wethouder onrechtmatig zou hebben gehandeld. De wethouder is evenwel geen partij in deze, zodat de kantonrechter ook om die reden hierover geen oordeel kán vellen.
geheel ten overvloedekort stilstaan bij de inhoudelijke kant ervan.