ECLI:NL:RBLIM:2025:10878

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
29 oktober 2025
Publicatiedatum
5 november 2025
Zaaknummer
11814470 AZ VERZ 25-84
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens niet nakomen re-integratieverplichtingen

In deze zaak heeft Dalli-De Klok B.V. een verzoek ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder], die sinds 17 juni 2019 in dienst was als Operator Aanmaak. [verweerder] meldde zich op 28 augustus 2023 ziek, maar voldeed niet aan zijn re-integratieverplichtingen. Ondanks meerdere oproepen en een deskundigenoordeel van het UWV, waarin werd vastgesteld dat [verweerder] niet bereikbaar was en zijn re-integratie-inspanningen onvoldoende waren, verscheen hij niet op de zitting. De kantonrechter oordeelde dat [verweerder] verwijtbaar had gehandeld door zijn verplichtingen niet na te komen, wat leidde tot de ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 29 oktober 2025 zonder toekenning van een transitievergoeding. Dalli-De Klok werd ook in het gelijk gesteld wat betreft de proceskosten, die voor rekening van [verweerder] kwamen.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer / rekestnummer: 11814470 \ AZ VERZ 25-84
Beschikking van 29 oktober 2025
in de zaak van
DALLI-DE KLOK B.V.,
te Heerde,
verzoekende partij,
hierna te noemen: Dalli-De Klok ,
gemachtigde: mr. M.J.E. Spee,
tegen
[verweerder],
te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- de mondelinge behandeling van 22 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verweerder] , geboren [geboortedatum] 2025, is sinds 17 juni 2019 in dienst bij Dalli-De Klok. De functie van [verweerder] is Operator Aanmaak met een loon van € 2.918,44 bruto per maand, exclusief ploegentoeslag en andere emolumenten.
2.2.
[verweerder] meldt zich op 28 augustus 2023 ziek. Uit de probleemanalyse van
4 oktober 2023 volgt dat [verweerder] geen benutbare mogelijkheden heeft, maar in de toekomst wel. Begin november 2023 is [verweerder] enkele dagen onbereikbaar voor Dalli-De Klok. Hij blijkt een nieuw telefoonummer te hebben dat hij niet heeft doorgegeven. Op 22 november 2023 schort Dalli-De Klok de betaling van het loon op omdat [verweerder] niet was verschenen bij de bedrijfsarts. In juli 2024 blijkt dat [verweerder] is verhuisd naar [woonplaats] , zonder dat hij dit aan Dalli-De Klok heeft gemeld. Vanaf september 2024 worden de re-integratie-inspanningen gericht op het vinden van werk buiten de organisatie van Dalli-De Klok (spoor 2). Re-integratie in spoor 2 vindt plaats onder begeleiding van een loopbaanadviesbureau, waar [verweerder] op 5 september 2024 wordt aangemeld. [verweerder] is echter lastig bereikbaar voor het loopbaanadviesbureau en Dalli-De Klok. Daarom schort Dalli-De Klok betaling van het loon op vanaf 8 oktober 2024 en zet Dalli-De Klok de loonbetaling vanaf 15 november 2024 stop. Op 24 februari 2025 vindt een intakegesprek plaats bij het loopbaanadviesbureau. [verweerder] krijgt in dat intakegesprek het verzoek om testen te maken, die hij pas – na veel aandringen – op 15 april 2024 maakt. Op 31 maart 2025 zegt [verweerder] een gesprek met het loopbaanadviesbureau af wegens ziekte en in de maand mei 2025 lukt het, ook na een loonsanctie, niet om contact te krijgen met [verweerder] . Op 14 mei 2025 verschijnt [verweerder] niet bij een afspraak met de bedrijfsarts. Op 15 mei 2025 reageert [verweerder] per e-mail. [verweerder] meldt onder andere dat hij in Spanje verblijft en aanspraak maakt op loon. Uit een door Dalli-De Klok aangevraagd deskundigenoordeel van het UWV van 7 juli 2025 volgt dat het UWV [verweerder] niet kan bereiken en dat het UWV van oordeel is dat de re-integratie-inspanningen van [verweerder] onvoldoende zijn, zonder dat daarvoor een deugdelijke reden aanwezig is.

3.Het verzoek

3.1.
Dalli-De Klok verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden, primair vanwege verwijtbaar handelen, op de kortst mogelijke termijn zonder toekenning van een transitievergoeding.
3.2.
[verweerder] heeft geen verweer gevoerd.

4.De beoordeling

4.1.
[verweerder] is, ondanks dat hij behoorlijk is opgeroepen voor de zitting (per aangetekende én gewone post verstuurde brief naar een adres waar hij volgens de BRP staat ingeschreven), niet verschenen. Hierdoor heeft hij de stellingen van Dalli-De Klok en de rechtsgevolgen die Dalli-De Klok aan deze stellingen verbindt, niet weersproken. Dalli-De Klok heeft aan haar verzoek tot ontbinding ten grondslag gelegd dat [verweerder] zijn re-integratieverplichtingen niet voldoende is nagekomen en dat [verweerder] hierdoor verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onder e BW. Zoals hiervoor overwogen heeft [verweerder] de door Dalli-De Klok gestelde feiten, zoals beknopt weergegeven onder 2.2, niet weersproken. Daaruit volgt naar het oordeel van de kantonrechter dat [verweerder] inderdaad verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten door zonder deugdelijke grond zijn re-integratieverplichtingen niet na te komen. Herplaatsing ligt dan ingevolge artikel 7:669 lid 1 BW niet in de rede. Aan de eisen gesteld in artikel 7:671b lid 5 BW is voldaan.
4.2.
De kantonrechter acht het niet nakomen van de re-integratieverplichtingen in dit geval ook
ernstigverwijtbaar. [verweerder] is immers meerdere verplichtingen niet nagekomen. Zo heeft hij verzuimd zijn nieuwe telefoonnummer en een adreswijziging door te geven, was hij met grote regelmaat onbereikbaar voor zijn werkgever en het loopbaanadviesbureau en is hij kennelijk zonder toestemming naar Spanje vertrokken. Zoals ook door UWV in haar deskundigenoordeel is gerapporteerd blijkt nergens uit dat [verweerder] zijn re-integratieverplichtingen niet
kónnakomen. Dit heeft tot gevolg dat de kantonrechter het einde van de arbeidsovereenkomst zal bepalen op een eerder tijdstip dan het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd (artikel 7:671b lid 9 onder b BW) en Dalli-De Klok geen transitievergoeding verschuldigd is (artikel 7:673 lid 7 onder c BW).
4.3.
De conclusie is dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden. Het einde van de arbeidsovereenkomst zal worden bepaald op 29 oktober 2025, zonder dat Dalli-De Klok een transitievergoeding aan [verweerder] hoeft te betalen.
4.4.
De proceskosten komen voor rekening van [verweerder] , omdat [verweerder] overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van Dalli-De Klok worden begroot op € 1.084,00 (€ 135,00 aan griffierecht, € 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 29 oktober 2025 en Dalli-De Klok is aan [verweerder] geen transitievergoeding verschuldigd,
5.2.
veroordeelt [verweerder] in de proceskosten van € 1.084,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verweerder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart deze beschikking wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad [1] .
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P.A. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2025.
BM

Voetnoten

1.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.