De kantonrechter van de rechtbank Limburg behandelde op 29 oktober 2025 een verzoek tot onderbewindstelling en mentorschap van een betrokkene geboren in 1942. Het verzoek tot onderbewindstelling werd ingediend door de levensgezel en diens dochter, waarbij de dochter uiteindelijk niet ontvankelijk werd verklaard omdat zij niet tot de wettelijk bevoegde familiekring behoort.
Uit het verzoekschrift, bijlagen en het verhoor op locatie bleek dat de lichamelijke en geestelijke toestand van betrokkene hem belemmert zijn vermogensrechtelijke belangen naar behoren te behartigen. Daarom werd onderbewindstelling noodzakelijk geacht en toegewezen. De kantonrechter benoemde een professionele bewindvoerder, omdat de voorgestelde familieleden niet binnen de wettelijke familiekring vielen en er sprake was van verstoorde verhoudingen met de zorginstelling.
Ten aanzien van het verzoek tot mentorschap oordeelde de kantonrechter dat dit niet noodzakelijk was, aangezien de niet-vermogensrechtelijke belangen adequaat worden behartigd door de levensgezel en er geen minder ver strekkende alternatieven ontbreken. Het verzoek tot mentorschap werd derhalve afgewezen. De beschikking werd ingeschreven in het Centraal Curatele- en Bewindregister en de kosten van de bewindvoering mogen ten laste van het vermogen van betrokkene worden gebracht.