Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
4.De beslissing
spreekt de verdachte vrijvan het tenlastegelegde.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde op 24 september 2025 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van opzetverkrachting in de nacht van 4 op 5 november 2024. Het slachtoffer deed gedetailleerde en consistente verklaringen over het vermeende delict, ondersteund door getuigenverklaringen van twee medewerkers van het Leger des Heils die haar emotionele toestand kort na het incident bevestigden.
De verdachte ontkende de tenlastelegging en stelde dat het seksuele contact met wederzijdse instemming had plaatsgevonden. De rechtbank benadrukte dat zedenzaken bewijstechnisch complex zijn, vooral omdat vaak slechts het slachtoffer en de verdachte aanwezig zijn geweest. Volgens artikel 342, tweede lid, Sv mag een veroordeling niet worden gebaseerd op één getuige zonder voldoende steunbewijs.
Hoewel het DNA van verdachte op het kledingstuk van het slachtoffer werd aangetroffen, ontbrak objectief bewijs dat onwil of geweld aantoont. De verklaringen van de getuigen waren grotendeels gebaseerd op wat het slachtoffer hen had verteld, waardoor dit onvoldoende als steunbewijs kon dienen. De rechtbank oordeelde dat de emotionele toestand van het slachtoffer ook verklaard kon worden door andere factoren, zoals de diefstal van haar telefoon met persoonlijke foto's.
Daarom was het bewijs onvoldoende om het tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen. De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende steunbewijs naast de verklaring van het slachtoffer.