Uitspraak
1.[verweerster sub 1] ,
2.
[verweerder sub 2],
3.
[verweerder sub 3],
Rechtbank Limburg
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Limburg op 16 oktober 2025 uitspraak gedaan in een arbeidszaak waarbij een werknemer, aangeduid als [verzoeker], een verzoek heeft ingediend om betaling van achterstallig loon en een transitievergoeding na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst door de werkgever, aangeduid als [verweerders]. De werknemer was sinds 11 december 2024 in dienst als taxichauffeur met een bruto uurloon van € 14,99. Op 21 april 2025 heeft de werkgever per e-mail de beëindiging van het dienstverband aangekondigd, maar heeft geen verweer gevoerd in de procedure. De werknemer heeft verzocht om betaling van het achterstallige loon van april en mei 2025, de transitievergoeding, kosten voor herstel van een maatpak en buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de werkgever niet is verschenen en dat de feiten en omstandigheden van de werknemer als onweersproken zijn komen vast te staan. De rechter heeft de verzoeken van de werknemer toegewezen, inclusief de wettelijke verhoging en rente over het achterstallige loon, en heeft de proceskosten voor rekening van de werkgever gesteld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de veroordelingen onmiddellijk moeten worden uitgevoerd, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.