ECLI:NL:RBLIM:2025:10445

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
16 oktober 2025
Publicatiedatum
23 oktober 2025
Zaaknummer
11797948 AZ VERZ 25-80
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van loon en transitievergoeding na beëindiging arbeidsovereenkomst

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Limburg op 16 oktober 2025 uitspraak gedaan in een arbeidszaak waarbij een werknemer, aangeduid als [verzoeker], een verzoek heeft ingediend om betaling van achterstallig loon en een transitievergoeding na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst door de werkgever, aangeduid als [verweerders]. De werknemer was sinds 11 december 2024 in dienst als taxichauffeur met een bruto uurloon van € 14,99. Op 21 april 2025 heeft de werkgever per e-mail de beëindiging van het dienstverband aangekondigd, maar heeft geen verweer gevoerd in de procedure. De werknemer heeft verzocht om betaling van het achterstallige loon van april en mei 2025, de transitievergoeding, kosten voor herstel van een maatpak en buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de werkgever niet is verschenen en dat de feiten en omstandigheden van de werknemer als onweersproken zijn komen vast te staan. De rechter heeft de verzoeken van de werknemer toegewezen, inclusief de wettelijke verhoging en rente over het achterstallige loon, en heeft de proceskosten voor rekening van de werkgever gesteld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de veroordelingen onmiddellijk moeten worden uitgevoerd, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer / rekestnummer: 11797948 \ AZ VERZ 25-80
Beschikking van 16 oktober 2025
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. W.J.F. Geertsen,
tegen

1.[verweerster sub 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2.
[verweerder sub 2],
wonende te [woonplaats 2] ,
3.
[verweerder sub 3],
wonende te [woonplaats 3] ,
verwerende partijen,
hierna samen te noemen: [verweerders] ,
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- de mondelinge behandeling van 2 oktober 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. [verweerders] is niet verschenen op de mondelinge behandeling.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verzoeker] , geboren [geboortedatum] 2001, is op 11 december 2024 in dienst getreden bij [verweerders] . De functie van [verzoeker] is taxichauffeur met een loon van € 14,99 bruto per uur.
2.2.
Op 21 april 2025 om 03:06 uur heeft [verweerders] aan [verzoeker] een e-mailbericht gestuurd met - voor zover van belang - de volgende inhoud:
“Hierbij heb ik besloten om per direct je dienstverband te eindigen.”
2.3.
Daaropvolgend stuurt [verweerders] [verzoeker] op 21 april 2025 nog een e-mail met – voor zover van belang – de volgende inhoud:
“ Excuus ben vergeten erbij te zeggen dat het natuurlijk met in achtneming van de opzegtermijn is. (…)”

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoeker] verzoekt - samengevat -, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [verweerders] :
I. tot betaling van het loon van april en mei 2025 van in totaal € 3.741,61 bruto, vermeerderd met de maximale wettelijke verhoging en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2025 tot de dag van volledige betaling;
II. tot betaling van de transitievergoeding van € 452,00 bruto;
III. tot betaling van de kosten van herstel van het maatpak en de overige kosten van
€ 85,50, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2025 tot de dag van volledige betaling;
IV. tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 507,71;
V. in de proceskosten.
3.2.
Aan zijn verzoeken legt [verzoeker] ten grondslag dat [verweerders] haar verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst niet (volledig) is nagekomen. [verzoeker] heeft nog recht op betaling van € 3.741,61 bruto aan achterstallig loon van april en mei 2025. Doordat [verweerders] het loon niet tijdig heeft uitbetaald, is zij over dit bedrag ook de wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW verschuldigd. Door het tijdsverloop bedraagt deze verhoging inmiddels 50% . Verder dient [verweerders] de transitievergoeding te betalen van
€ 452,00 bruto omdat [verweerders] de arbeidsovereenkomst heeft beëindigd. Voor de uitvoering van zijn werkzaamheden moest [verzoeker] een pak aan. Tijdens de werkzaamheden is dit pak gescheurd. [verweerders] heeft toegezegd de kosten van een nieuw pak voor haar rekening te nemen. [verzoeker] verzoekt echter alleen de kosten van herstel van het pak, begroot op € 100,00. Ook heeft [verweerders] nagelaten de door [verzoeker] ingediende declaraties van € 85,50 voor kosten die [verzoeker] gemaakt heeft voor de uitvoering van de werkzaamheden te vergoeden. [verzoeker] vordert ten slotte een bedrag van € 507,71 aan buitengerechtelijke incassokosten omdat hij zijn vordering uit handen heeft moeten geven om een voldoening buiten rechte te krijgen. Op grond van artikel 6:119 BW is [verweerders] over het loon en de onkosten de wettelijke rente verschuldigd.
3.3.
[verweerders] heeft geen verweer gevoerd.

4.De beoordeling

4.1.
[verweerders] is niet in de procedure verschenen. [verweerders] is overeenkomstig artikel 272 Rv bij aangetekende brief opgeroepen. De oproepingsbrieven zijn - zowel per gewone post als per aangetekende post - naar het postadres van [verweerster sub 1] en naar de woonadressen van de vennoten verzonden. De aangetekende brieven zijn ongeopend retour ontvangen door de griffie omdat deze niet zijn afgehaald. De per gewone post verzonden brieven zijn niet retour gekomen. De kantonrechter oordeelt dat [verweerders] op de hoogte was althans had kunnen zijn van deze procedure. Desondanks heeft [verweerders] geen verweer gevoerd en is zij niet op de zitting verschenen.
4.2.
Het voorgaande heeft tot gevolg dat de door [verzoeker] aangevoerde feiten en omstandigheden als onweersproken zijn komen vast te staan, zodat daar in deze procedure vanuit zal worden gegaan.
4.3.
Het verzoek tot betaling van het achterstallige loon over de maanden april en mei 2025 van € 3.741,61 bruto en de daarover verschuldigde maximale wettelijke verhoging van 50% zal worden toegewezen nu [verweerders] daartegen geen verweer heeft gevoerd. Ook de verzochte wettelijke rente over het achterstallig loon is niet weersproken, zodat dit toewijsbaar is. Daarbij zal de wettelijke rente over het achterstallig loon van mei 2025 van € 2.843,11 bruto worden toegewezen vanaf datum verzuim, zijnde 29 juni 2025, omdat het loon uiterlijk op 28 juni 2025 betaalbaar moest worden gesteld.
4.4.
Omdat de arbeidsovereenkomst op initiatief van [verweerders] is beëindigd, is [verweerders] aan [verzoeker] een transitievergoeding verschuldigd [1] . Volgens [verzoeker] bedraagt de transitievergoeding € 452,00 bruto. [verweerders] heeft dit niet weersproken. Daarom zal het bedrag van € 452,00 bruto worden toegewezen.
4.5.
Het verzoek tot betaling van de herstelkosten van het pak en de overige gemaakte onkosten van € 85,50 is als niet weersproken eveneens toewijsbaar. In het lijf van het verzoekschrift heeft [verzoeker] de herstelkosten van het pak begroot op € 100,00. Dit bedrag zal worden toegewezen. Ook de verzochte wettelijke rente vanaf 1 juni 2025 zal worden toegewezen, nu [verweerders] niet heeft betwist vanaf die datum in verzuim te zijn.
4.6.
[verzoeker] maakt ten slotte aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 507,71. [verzoeker] heeft dit verzoek voldoende onderbouwd. Nu [verweerders] ook dit verzoek niet heeft weersproken, zal het bedrag van € 507,71 worden toegewezen.
4.7.
De proceskosten komen voor rekening van [verweerders] , omdat [verweerders] overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op € 768,00 (€ 90,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [verweerders] om binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking aan [verzoeker] te betalen:
€ 3.741,61 bruto aan achterstallig loon, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% ex artikel 7:625 BW en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 898,50 vanaf 1 juni 2025 tot aan de dag van de gehele betaling en over een bedrag van € 2.843,11 vanaf 29 juni 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
€ 452,00 bruto aan transitievergoeding,
€ 100,00 netto aan herstelkosten van het maatpak en € 85,50 netto aan overige gemaakte kosten, beiden te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 1 juni 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
€ 507,71 aan buitengerechtelijke incassokosten.
5.2.
veroordeelt [verweerders] in de proceskosten van € 768,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verweerders] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [2] ,
5.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2025.
VC

Voetnoten

1.Artikel 7:673 lid 1 BW.
2.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.