ECLI:NL:RBLIM:2025:10250

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
30 september 2025
Publicatiedatum
20 oktober 2025
Zaaknummer
11886276 BT VERZ 25-5324; BM 404065
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:441 lid 1 BWArt. 1:441 lid 2 BWArt. 1:441 lid 5 BWArt. 4:193 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen machtiging vereist voor beneficiaire aanvaarding bij tweetrapsmaking in nalatenschap

De kantonrechter van Rechtbank Limburg behandelde een verzoek tot machtiging voor beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap met een testamentaire tweetrapsmaking. Verzoeker vroeg machtiging omdat de tweetrapsmaking volgens hem een making of gift met lasten of voorwaarden is, waarvoor op grond van artikel 1:441 lid 2 BW Pro machtiging vereist zou zijn.

De kantonrechter onderzocht of een erfstelling onder een tweetrapsmaking als een making in de zin van deze wetsbepaling valt. Hoewel de wet verschillende definities hanteert, oordeelde de kantonrechter dat erfstellingen niet onder de term making vallen zoals bedoeld in artikel 1:441 lid 2 aanhef Pro en onder b BW, waar deze term uitsluitend op legaten ziet.

Deze interpretatie sluit aan bij de regeling van beneficiaire aanvaarding zonder machtiging volgens artikel 1:441 lid 5 BW Pro en de automatische beneficiaire aanvaarding van artikel 4:193 lid 2 BW Pro. Daarom is machtiging niet vereist en verklaarde de kantonrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het verzoek om machtiging voor beneficiaire aanvaarding wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen machtiging vereist is bij tweetrapsmaking.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer : 11886276 BT VERZ 25-5324
dossiernummer : BM 404065
datum : 30 september 2025

beschikking op een verzoek tot machtiging

op verzoek van:
H. Paul, (Van Grafhorst Notarissen),
correspondentieadres: Postbus 1110, 3500 BC Utrecht,
namens:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats 1] , [adres 1] ,
hierna te noemen: verzoeker/bewindvoerder,
met betrekking tot:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1938,
wonende te [woonplaats 2] , [adres 2] ,
hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek (met bijlagen), ontvangen per e-mail op 19 september 2025.
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.

beoordeling

Verzoeker vraagt machtiging om de nalatenschap van [erflater] beneficiair te aanvaarden namens betrokkene. Volgens verzoeker is machtiging nodig vanwege de tweetrapsbepaling die rust op de verkrijging. Alles wat zij onverteerd heeft achtergelaten van de nalatenschap bij haar overlijden, zal toekomen aan de zoons van de overledene.
Voor het aanvaarden van een nalatenschap onder het voorrecht van boedelbeschrijving (beneficiaire aanvaarding, artikel 1:441 lid 5 BW Pro) is geen machtiging van de kantonrechter vereist. De vraag is dan of de tweetrapsmaking betekent dat toch machtiging moet worden gevraagd op basis van artikel 1:441 lid 1 aanhef Pro en onder b BW, dat bepaalt dat (als rechthebbende niet in staat of weigerachtig is toestemming te verlenen) machtiging van de kantonrechter nodig is om een making of gift waaraan lasten of voorwaarden zijn verbonden aan te nemen. De vraag is of een erfstelling als de onderhavige een making is als hiervoor bedoeld. Volgens de notaris wel.
De wet is hierin niet eenduidig. In sommige wetsartikelen wordt met ‘making’ gedoeld op legaten én erfstellingen, terwijl in andere wetsartikelen met ‘making’ enkel legaten wordt bedoeld.
De kantonrechter oordeelt dat erfstellingen niet vallen onder artikel 1:441 lid 2 aanhef Pro en onder b BW en dat de daar genoemde ‘making’ dus enkel ziet op legaten. Een andere uitkomst zou zich niet verhouden met artikel 1:441 lid 5 BW Pro, en ook niet met de beneficiaire aanvaarding van rechtswege van artikel 4:193 lid 2 BW Pro. Dit alles betekent dat geen machtiging van de kantonrechter nodig is. De kantonrechter zal verzoeker daarom in zijn verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

Beslissing

De kantonrechter
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.M. Drenth, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2025.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.