De rechtbank Limburg heeft op 28 januari 2025 uitspraak gedaan in een zaak waarin de moeder verzocht het gezamenlijk ouderlijk gezag te beëindigen en haar het alleengezag toe te kennen over twee minderjarige kinderen. Tevens verzocht zij de omgang van de vader met de kinderen te ontzeggen. De vader voerde verweer en stelde dat hij zich in een herstelproces bevindt en openstaat voor begeleiding.
De rechtbank stelde vast dat de vader al jaren niet in staat is gebleken zijn gezagsrol adequaat te vervullen. De omgang met de kinderen is al geruime tijd vrijwel geheel afwezig, waarbij de kinderen zelf schriftelijk hebben aangegeven niet meer naar de vader te willen. De vader heeft afspraken niet nagekomen en was vaak onbereikbaar, wat de kinderen emotioneel belast heeft.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden en dat het belang van de kinderen vereist dat het gezag aan de moeder wordt toegekend en de omgang met de vader wordt ontzegd. Een raadsonderzoek werd niet noodzakelijk geacht. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden bestreden bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.