De huurder [gedaagde] huurt sinds 2015 een woning van Stichting Krijtland Wonen (SKW). Vanaf 2017 ontstonden herhaaldelijk huurachterstanden, wat leidde tot drie eerdere ontbindingsvonnissen en ontruimingsveroordelingen. SKW ging echter niet tot ontruiming over omdat [gedaagde] telkens vlak voor de ontruiming de achterstand betaalde.
Vanaf april 2023 bleef de huurder structureel achter met betalingen, ondanks sommatiebrieven en eerdere vonnissen. SKW vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de achterstallige huur en incassokosten.
De kantonrechter oordeelt dat de huurder zijn verplichting tot tijdige huurbetaling structureel niet nakomt. Het verweer dat hij voortaan tijdig zal betalen wordt onvoldoende onderbouwd geacht. Daarom wordt de huurovereenkomst ontbonden en wordt [gedaagde] veroordeeld tot ontruiming binnen twee weken na betekening van het vonnis.
Verder wordt [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de huur vanaf 1 september 2025 tot ontruiming, de incassokosten van €416,36 en de proceskosten. De vordering tot betaling van de bestaande huurachterstand wordt afgewezen omdat deze inmiddels is voldaan.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.