Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties 1 tot en met 17;
2.De feiten
inclusiefbtw per personenbusje;
Rechtbank Limburg
Tussen twee taxibedrijven, eiser en gedaagde, bestaat een overeenkomst waarbij eiser het particuliere taxivervoer overdraagt aan gedaagde, inclusief de huur van twee personenbusjes. Eiser vordert betaling van huur, verstrekking van kwartaalaangiften btw, betaling van 5% van de omzet, en vergoeding voor huurderving wegens beschadigde auto.
Gedaagde betwist deze vorderingen en vordert in reconventie gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst wegens tekortkomingen van eiser, waaronder het niet doorsturen van klanten. De kantonrechter onderzoekt de procedure, feiten en standpunten, en oordeelt dat de vermeerdering van eis in strijd is met goede procesorde en buiten beschouwing wordt gelaten.
De huur is inmiddels betaald, de vordering daartoe wordt afgewezen. De verstrekking van kwartaalaangiften is niet contractueel verplicht. De kantonrechter interpreteert de omzetvergoeding als 5% van de netto-omzet, niet de bruto-omzet, en wijst deze vordering toe. De vordering tot gedeeltelijke ontbinding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van evenredige vermindering van wederzijdse prestaties.
Proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij eigen kosten draagt. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor de omzetvergoeding.
Uitkomst: Gedaagde moet 5% van de netto-omzet betalen aan eiser, overige vorderingen worden afgewezen en proceskosten gecompenseerd.