Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald
2.De feiten
3.Het geschil
werkzaamheden, voor rekening en ten laste van [gedaagde] ,
Rechtbank Limburg
De huurder huurt sinds 2018 een woning van Stichting Weller Wonen en plaatste in 2021 zonder toestemming een erfafscheiding rond de voortuin. Verhuurder stelde dat voorafgaande toestemming verplicht was volgens de huurovereenkomst en de Algemene Bepalingen Woonruimte 2003. Huurder stelde dat zij toestemming had gevraagd via een e-mail, maar verhuurder ontkende ontvangst en de rechter oordeelde dat stilzwijgende toestemming niet aannemelijk was.
Na diverse gesprekken en correspondentie bleef verhuurder tegen de erfafscheiding, terwijl partijen wel overeenstemming bereikten over een overkapping. Huurder verwees naar vergelijkbare erfafscheidingen in de buurt, maar verhuurder gaf aan ook daartegen op te treden. De kantonrechter oordeelde dat geen sprake was van willekeur.
De rechter stelde vast dat huurder in strijd met de huurovereenkomst handelde en veroordeelde haar tot verwijdering en vervanging van de erfafscheiding binnen drie maanden, met een maximale dwangsom van €5.000. Tevens werd verhuurder gemachtigd de werkzaamheden uit te voeren op kosten van huurder indien zij niet vrijwillig zou voldoen. Huurder werd veroordeeld in de proceskosten van €673,97. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot verwijdering en vervanging van de erfafscheiding binnen drie maanden met een gematigde dwangsom en kostenveroordeling.