Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
Subsidiair heeft de verdediging gesteld dat enkel sprake is van schakelbewijs, ambtshalve bekendheid en tunnelvisie. Dit mag volgens de verdediging niet leiden tot een bewezenverklaring.
- Man
- Blank
- Ongeveer 1.72 groot
- Muts
- Bril met opvallende dikke glazen
- Geen baard
- Drie kwart jas donkerbruin van kleur
- De man rook naar oude olie
- Maastrichts accent
feit 3De verdachte is volgens aangever in het verleden regelmatig bij [slachtoffer 3] langs geweest om bidprentjes te vragen. [slachtoffer 3] heeft hem hierop meerdere malen aangesproken en vervolgens dringend verzocht om hem met rust te laten. Op 1 juni 2023 komt de verdachte de heer [slachtoffer 3] weer tegen en twee dagen later spreekt de verdachte [slachtoffer 3] aan met het verzoek om zijn wasmachine te repareren. [slachtoffer 3] heeft dit geweigerd. Vervolgens heeft [slachtoffer 3] kort hierna een handgeschreven brief ontvangen waarin staat vermeld dat [slachtoffer 3] op het adres van de verdachte een wasmachine moet komen maken. Gelet op de conclusies uit het handschriftonderzoek, bezien in het licht van het voorgaande, stelt de rechtbank vast dat de verdachte deze brief heeft gestuurd. [slachtoffer 3] heeft op deze brief niet gereageerd.
De feitelijke gang van zaken komt op essentiële punten overeen met de feitelijke gang van zaken in de nog niet onherroepelijke zaak met parketnummer 03.001418.22 en feit 2. Rode draad is dat de verdachte de aangever (of een van zijn/haar familieleden) om een bidprentje vraagt, als geen bidprintje wordt verstrekt de verdachte blijft aandringen op een bidprentje, vervolgens de aangever (of een van zijn/ haar familieleden) gaat lastig vallen en dit uiteindelijk uitmondt in strafbaar gedrag jegens de aangever (of een van zijn/haar familieleden). In de zaak met parketnummer 03.001418.22 werd de verdachte er eveneens van verdacht dat hij een brievenbus met poep had besmeurd. In die zaak waren wel camerabeelden aanwezig en is de verdachte ambtshalve herkend door twee verbalisanten.
Zowel bij feit 2 als feit 3 komt de verdachte de aangever tegen, kort voordat de incidenten op de tenlastelegging plaatsvinden. Kennelijk wordt de verdachte getriggerd door deze ontmoetingen. In beide gevallen ontvangen de aangevers kort na de ontmoeting een anonieme handgeschreven brief. Door de deskundige is vastgesteld dat het veel waarschijnlijker is dat beide brieven door een en dezelfde persoon zijn geschreven dan wanneer de brieven door een willekeurig ander persoon zouden zijn geschreven. Bovendien achten zij het veel waarschijnlijker dat deze twee brieven door dezelfde persoon zijn geschreven als de brieven die in de woning van de verdachte zijn aangetroffen, dan dat deze door een ander zouden zijn geschreven.
De raadsman heeft aangevoerd dat het met poep besmeuren van een brievenbus niet gekwalificeerd kan worden als een vernieling in de zin van artikel 350 van Pro het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). De rechtbank overweegt hiertoe dat door het met poep besmeuren van een brievenbus, deze vanaf dat moment totdat er is schoongemaakt niet kan worden gebruikt. Naar het oordeel van de rechtbank valt ook een dergelijk tijdelijk onbruikbaar maken onder vernieling als bedoeld in artikel 350 Sr Pro (Zie onder meer ECLI:NL:HR:2017:26). De rechtbank verwerpt aldus het door de raadsman gevoerde verweer.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en de maatregel
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van
overheidswege wordt verpleegd.