Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
- verklaart het verzoek tot wraking voor zover het de gehele rechtbank betreft niet ontvankelijk;
- verklaart het verzoek tot wraking van de rechter niet ontvankelijk.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Op 30 oktober 2024 heeft verzoeker tijdens een zitting een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die zijn zaak behandelde. Tevens stelde hij de gehele rechtbank te wraken wegens vermeende vooringenomenheid en gebrek aan onpartijdigheid. De rechter heeft het wrakingsverzoek niet ingewilligd en dit aan de wrakingskamer gemeld.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat bepaalt dat rechters kunnen worden gewraakt op basis van feiten of omstandigheden die hun onpartijdigheid kunnen schaden. Verzoeker voerde aan dat de rechter bevooroordeeld was, niet naar hem luisterde, hem niet serieus nam, er verdwaasd uitzag en zijn oordeel vooraf had gevormd. Daarnaast vertrouwde hij de gehele rechtbank niet.
De wrakingskamer oordeelde dat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking van een gehele rechtbank als rechtscollege. Daarom werd dat deel van het verzoek niet ontvankelijk verklaard. Ook ontbrak het verzoek tot wraking van de individuele rechter aan voldoende motivering, waardoor ook dat deel van het verzoek niet ontvankelijk werd verklaard. De wrakingskamer besloot het verzoek zonder mondelinge behandeling af te wijzen en verklaarde het verzoek niet ontvankelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter en de gehele rechtbank is niet ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan motivering en onmogelijkheid tot wraking van de gehele rechtbank.