Uitspraak
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 november 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
[derde-partij 1] en [derde-partij 2], uit [woonplaats] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Eiser diende beroep in tegen de weigering van een omgevingsvergunning voor de legalisatie en het herstel van stallen op zijn perceel. Verweerder had eerder een vergunning verleend, maar deze later herroepen en geweigerd na bezwaar van derden, vanwege het niet volgen van de juiste voorbereidingsprocedure.
De kern van het geschil betrof de vraag of het beroep tijdig was ingediend. De rechtbank overwoog dat de beroepstermijn van zes weken start met de correcte bekendmaking van het besluit. Hoewel verweerder geen verzendadministratie kon overleggen, maakte hij aannemelijk dat eiser via e-mailcorrespondentie tussen januari en maart 2022 bekend was met het besluit. Eiser kon dit niet voldoende betwisten.
Daarmee was het beroep, ingediend op 12 februari 2024, niet tijdig. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.