ECLI:NL:RBLIM:2024:8332
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring wrakingsverzoek wegens niet tijdige schriftelijke mededeling uitspraaktermijn
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M. Sprakel, rechter in de rechtbank Limburg, omdat deze de uitspraaktermijn zonder schriftelijke mededeling had verlengd, wat volgens verzoeker een schending van artikel 8:66, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zou zijn.
De rechter gaf aan dat normaal gesproken na zes weken een brief wordt gestuurd bij verlenging van de uitspraaktermijn, maar dat dit in deze zaak kennelijk niet was gebeurd. De rechter stuurde vervolgens alsnog op 23 augustus 2024 een brief met mededeling van de termijnverlenging en excuses naar het detentieadres van verzoeker. Door een adreswijziging is het mogelijk dat deze brief niet of later is aangekomen.
De wrakingskamer overwoog dat artikel 8:66 Awb Pro een termijn van orde betreft waar geen sanctie op staat bij overschrijding. De rechter had correct gehandeld door alsnog een schriftelijke mededeling te sturen. Bovendien betreft het een procesbeslissing die geen grond voor wraking kan vormen en verzoeker had geen andere feiten aangevoerd die de onpartijdigheid van de rechter zouden schaden.
Daarom verklaarde de wrakingskamer het verzoek tot wraking ongegrond en deed dit zonder mondelinge behandeling conform het wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard omdat de rechter correct heeft gehandeld door alsnog een schriftelijke mededeling met excuses te sturen.