Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Limburg
Eiser en gedaagde waren gehuwd en sloten tijdens het huwelijk een lening af. Na hun scheiding in 2014 heeft eiser de lening verder afgelost en vordert hij nu van gedaagde de helft van het door hem betaalde bedrag na de scheiding. Eiser baseert zijn vordering op artikel 1:100 lid 2 BW Pro, maar dit artikel is niet van toepassing op ontbindingen vóór 2018. De kantonrechter vult de grondslag aan naar artikel 6:10 BW Pro voor regres.
Gedaagde erkent aansprakelijk te zijn voor de helft van het na de scheiding betaalde bedrag, maar betwist dat de door eiser ontvangen betalingen een erkenning van de volledige vordering vormen. De verjaringstermijn van vijf jaar is verstreken, aangezien de laatste betaling van eiser in maart 2018 was en de aanmaningen pas in 2024 werden verzonden.
De kantonrechter oordeelt dat de betalingen geen erkenning van de volledige schuld inhouden, mede omdat eiser onvoldoende heeft onderbouwd welk bedrag wanneer is afgelost. Hierdoor is de vordering verjaard en wordt deze afgewezen. De nevenvorderingen en kosten worden eveneens afgewezen en eiser wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van eiser tot betaling van een bedrag wegens aflossing van de lening na scheiding wordt afgewezen wegens verjaring en onvoldoende erkenning van schuld.