Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2024:8252

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
14 november 2024
Publicatiedatum
14 november 2024
Zaaknummer
C/03/336320 / KGZA 24-421
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 557a lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing kort geding tot ontruiming van krakers op percelen voor A2-verbreding

Eiser, de Staat der Nederlanden, eigenaar van twee percelen gelegen aan twee adressen te [plaatsnaam], vordert in kort geding ontruiming van krakers die begin november 2024 zonder toestemming een deel van de opstallen in gebruik hebben genomen. De percelen zijn verkregen in verband met de verbreding van de A2, waarvoor sloop- en asbestsaneringswerkzaamheden uiterlijk 21 november 2024 moeten aanvangen.

Gedaagden zijn niet verschenen ondanks correcte betekening, waardoor verstek wordt verleend. De rechtbank oordeelt dat eiser spoedeisend belang heeft bij ontruiming en dat de krakers zonder recht of titel verblijven. De vorderingen tot ontruiming binnen 24 uur en het niet opnieuw in gebruik nemen worden toegewezen, met een dwangsom van €5.000 per dag en een maximum van €35.000 per perceel.

De termijn voor tenuitvoerlegging wordt bepaald op zes maanden. Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van €1.852,94, te vermeerderen met wettelijke rente en kosten van betekening bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming binnen 24 uur en betaling van dwangsommen bij hernieuwd gebruik van de percelen.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/336320 / KG ZA 24-421
Vonnis in kort geding van 14 november 2024
in de zaak van
DE STAAT DER NEDERLANDEN (MINISTERIE VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, RIJKSWATERSTAAT),
gevestigd te Den Haag,
eisende partij, hierna te noemen: eiser,
advocaat: mr. F. Sepmeijer,
tegen
1.
ZIJ DIE VERBLIJVEN OF WONEN IN DE GEBOUWDE ONROERENDE ZAAK OF EEN GEDEELTE DAARVAN, STAANDE EN GELEGEN AAN [adres 1] ( [postcode 1] ) TE [plaatsnaam] (GEMEENTE ECHT-SUSTEREN),
2.
ZIJ DIE VERBLIJVEN OF WONEN IN DE GEBOUWDE ONROERENDE ZAAK OF EEN GEDEELTE DAARVAN, STAANDE EN GELEGEN AAN [adres 2] ( [postcode 2] ) TE [plaatsnaam] (GEMEENTE ECHT-SUSTEREN)
gedaagde partijen, hierna te noemen: gedaagden,
niet verschenen,

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 17
- de mondelinge behandeling van 14 november 2024.
1.2.
Op de zitting is bepaald dat uiterlijk op 14 november 2024 vonnis wordt gewezen.

2.De beoordeling

Verstekverlening
2.1.
Gedaagden zijn niet op de zitting verschenen, terwijl de dagvaarding op de juiste manier is betekend. Daarom wordt tegen gedaagden verstek verleend.
De vorderingen onder i. en ii.
2.2.
Eiser is eigenaar van de percelen kadastraal bekend gemeente Susteren, [sectie] , met [perceelnummer 1] en [perceelnummer 2] , gelegen aan [adres 1] , [postcode 1] [plaatsnaam] en aan [adres 2] , [postcode 2] te [plaatsnaam] (hierna: de percelen). Op de percelen bevindt zich een aantal opstallen, waaronder een hoeve, een woning en een loods. Eiser heeft deze onroerende zaken verkregen als gevolg van onteigening en minnelijke verwerving in verband met het realiseren van een structurele verbreding van de A2.
2.3.
Begin november 2024 hebben een aantal personen (krakers) een gedeelte van de opstallen op de percelen, waaronder de hoeve, woning en overige onroerende aanhorigheden zonder toestemming van eiser in gebruik genomen. Eiser stelt dat het daarbij gaat om krakers verenigd in de actiegroep “Stop A2 Verbreding”. Eiser wil dat de krakers vertrekken in verband met de uitvoering van het project om de A2 te verbreden. Eiser stelt dat de sloopwerkzaamheden (waaronder begrepen de benodigde asbestsanering) die betrekking hebben op de opstallen uiterlijk op 21 november 2024 moeten aanvangen.
2.4.
Eiser vordert onder 1 en 2 kort samengevat dat gedaagden op straffe van een dwangsom worden veroordeeld de percelen binnen 24 uur te ontruimen en niet opnieuw in gebruik te nemen. Die vorderingen worden toegewezen, omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond zijn. Eiser is eigenaar van de panden. Gedaagden verblijven althans verbleven zonder recht of titel in de opstallen. Eiser heeft bovendien spoedeisend belang bij de (volledige) ontruiming omdat hij aannemelijk heeft gemaakt dat (het noodzakelijk is dat) de sloopwerkzaamheden - en daaraan voorafgaande asbestsanering - aanvangen op
21 november 2024. De opstallen die zich op de percelen bevinden, moeten voor die datum zijn ontruimd.
Eiser vordert onder 1 en 2 ook gedaagden op straffe van een dwangsom te veroordelen. Eiser heeft die eis tijdens de zitting verminderd, in die zin dat enkel wordt gevorderd om een dwangsom te verbinden aan het niet opnieuw in gebruik nemen of geven van de percelen. Ook dat deel van de vordering kan worden toegewezen. De dwangsom zal worden gemaximeerd zoals in het dictum is bepaald.
De vordering onder iii.
2.5.
Eiser vordert de termijn van artikel 557a lid 3 Rv te bepalen op één jaar. Tijdens de zitting is namens eiser aangevoerd dat die termijn kan worden ingekort. De voorzieningenrechter zal deze termijn bepalen op 6 maanden.
De proceskosten
2.6.
Gedaagden zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eiser worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
271,94
- griffierecht
688,00
- salaris advocaat
715,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.852,94
Nu er geen factuur is overgelegd, kan de voorzieningenrechter de kosten van publicatie in De Limburger niet vaststellen. Deze kosten maken daarom geen deel uit van de proceskostenveroordeling.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
verleent verstek tegen degenen die anders dan krachtens een persoonlijk en/of zakelijk recht verblijven in (een gedeelte van) de onroerende zaken aan [adres 1] ( [postcode 1] ) te [plaatsnaam] en aan [adres 2] ( [postcode 2] ) te [plaatsnaam] en die niet in deze procedure zijn verschenen,
3.2.
veroordeelt gedaagden om de door hen bewoonde c.q. bij hen in gebruik zijnde onroerende zaken, staande en gelegen aan [adres 1] ( [postcode 1] ) te [plaatsnaam] , binnen 24 uur na betekening van dit vonnis te ontruimen en niet opnieuw in gebruik te nemen of te geven, zulks met al het hunne en al degenen die zich hunnentwege daarin mochten bevinden daaronder begrepen,
3.3.
veroordeelt gedaagden tot betaling aan eiser van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat gedaagden (een deel van) de onroerende zaken, staande en gelegen aan [adres 1] ( [postcode 1] ) te [plaatsnaam] opnieuw in gebruik nemen of geven, met een maximum van € 35.000,-,
3.4.
veroordeelt gedaagden om de door hen bewoonde c.q. bij hen in gebruik zijnde onroerende zaken, staande en gelegen aan [adres 2] ( [postcode 2] ) te [plaatsnaam] , binnen 24 uur na betekening van dit vonnis te ontruimen en niet opnieuw in gebruik te nemen of te geven, zulks met al het hunne en al degenen die zich hunnentwege daarin mochten bevinden daaronder begrepen,
3.5.
veroordeelt gedaagden tot betaling aan eiser van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat gedaagden (een deel van) de onroerende zaken, staande en gelegen aan [adres 2] ( [postcode 2] ) te [plaatsnaam] opnieuw in gebruik nemen of geven, met een maximum van € 35.000,-,
3.6.
bepaalt dat dit vonnis tot zes maanden na de dag van dit vonnis ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging zonder recht of titel in de onroerende zaken staande en gelegen aan [adres 1] ( [postcode 1] ) te [plaatsnaam] en [adres 2] ( [postcode 2] ) te [plaatsnaam] bevindt of dit betreedt met als doel in deze onroerende zaken te verblijven/wonen en telkens wanneer zich dit voordoet,
3.7.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten van € 1.852,94 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
3.8.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
3.9.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.10.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken op
14 november 2024.
Typ: KB