ECLI:NL:RBLIM:2024:8115

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
30 oktober 2024
Publicatiedatum
12 november 2024
Zaaknummer
C/03/332897 / HA ZA 24-325
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 210 lid 3 RvArt. 93 onder c RvArt. 71 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming oproeping in vrijwaring en voornemen verwijzing bodemzaak naar kantonrechter

In deze civiele bodemzaak vordert eiser dat de rechtbank Pantelis en Merici veroordeelt tot het uitschakelen, verwijderen of aanpassen van klimaatinstallaties die volgens eiser onrechtmatige hinder veroorzaken. Merici vordert in een incident dat zij Pantelis in vrijwaring mag oproepen, omdat zij het gehuurde exploiteert en de installaties essentieel zijn voor haar bedrijfsvoering. De rechtbank oordeelt dat de rechtsverhouding tussen Merici en Pantelis een grond kan vormen voor regres en wijst de vordering tot oproeping in vrijwaring toe.

Daarnaast overweegt de rechtbank dat vanwege de huurrelatie tussen partijen de hoofdzaak en de vrijwaringszaak op grond van artikel 210 lid 3 Rv Pro naar de kantonrechter moeten worden verwezen. De beslissing over de verwijzing wordt aangehouden totdat partijen zich hierover hebben uitgelaten. De proceskosten in het incident worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

De rechtbank bepaalt dat de zaak op 13 november 2024 weer op de rol komt voor het nemen van een akte over de ambtshalve verwijzing naar de kamer voor kantonzaken. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden.

Uitkomst: De rechtbank staat toe dat gedaagde sub 2 gedaagde sub 1 in vrijwaring oproept en houdt beslissing over verwijzing naar kantonrechter aan.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/332897 / HA ZA 24-325
Vonnis in incident bij vervroeging van 30 oktober 2024
in de zaak van

1.[eiser sub 1] ,2. [eiseres sub 2] ,

beiden wonend te [woonplaats] ,
3.
[eiser sub 3],
4.
[eiseres sub 4],
beiden wonend te [woonplaats] ,
eisers in conventie in de hoofdzaak,
verweerders in reconventie in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
advocaat mr. H.C. Lejeune,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PANTELIS GROUP B.V.,
gevestigd te Maastricht,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. M. Delnoy-Garske,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HOTEL MERICI SITTARD B.V.,
gevestigd te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,
gedaagde in conventie,
eiseres in het incident,
advocaat mr. M.M.M. Rooijen.
Partijen zullen hierna [eisers] , Pantelis en Merici genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties 1 t/m 42
  • de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van Pantelis met producties
  • de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met 1 productie van Merici
  • de incidentele conclusie van antwoord van [eisers]
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.De feiten2.1. [eisers] zijn eigenaars van onder meer appartementsrechten [nummer 1] en [nummer 2](woningen) binnen het [naam complex] te [woonplaats] .

2.2.
Pantelis is eigenaar van onder meer appartementsrechten [nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 5] , [nummer 6] en [nummer 7] (bedrijfsdoeleinden) binnen het complex [naam complex] .
2.3.
Merici staat in het handelsregister ingeschreven als gebruiker van de horeca-bedrijfsruimtes van Pantelis binnen het complex [naam complex] (productie 4 bij dagvaarding).
3. Het geschilin de hoofdzaak in conventie
3.1.
[eisers] stellen dat Pantelis in 2020 ten behoeve van het hotel en de restaurants die worden geëxploiteerd in haar bedrijfsruimtes diverse klimaatinstallaties, waaronder airco’s, drie warmtepompen en een luchtbehandelingskast (hierna: de installaties) heeft laten plaatsen. [eisers] zijn van mening dat de installaties in strijd met de geldende regels van het appartementsrecht zijn geplaatst, dat de installaties onrechtmatige en onredelijke hinder veroorzaken, dat er sprake is van tekortkoming in de nakoming van de akkoorden tussen Pantelis en de bewoners en dat er sprake is van tegenstrijdigheid met de overlastbepaling in de opstalakte.
3.2.
[eisers] vorderen, samengevat, dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad evenals hoofdelijk:
1.
met betrekking tot de installaties op het dak van A3:
A. Pantelis en Merici zal veroordelen de installaties uit te schakelen en uitgeschakeld te houden zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.500,00 per dag dat Pantelis en Merici in gebreke blijven;
B. Primair: Pantelis en Merici zal veroordelen om binnen een maand na het vonnis de installaties te verwijderen en verwijderd te houden met herstel van het dak in oude toestand zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.500,00 per dag dat Pantelis en Merici in gebreke blijven;
B. Subsidiair: Pantelis en Merici zal veroordelen om binnen een maand na het vonnis de installaties aan te laten passen zodanig dat [eisers] geen overlast meer ervaren met overlegging van bewijs van de uitgevoerde werkzaamheden en een geluidsmetingsrapport zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.500,00 per dag dat Pantelis en Merici in gebreke blijven;
2.
met betrekking tot de installaties op de brug aan de Dominicanenwal:
A. Pantelis en Merici zal veroordelen de installaties uit te schakelen en uitgeschakeld te houden zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.500,00 per dag dat Pantelis en Merici in gebreke blijven;
B. Primair: Pantelis en Merici zal veroordelen de installaties te verwijderen en verwijderd te houden met herstel van de brug in oude toestand zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.500,00 per dag dat gedaagden in gebreke blijven;
B. Subsidiair: Pantelis en Merici zal veroordelen de installaties aan te laten passen zodanig dat [eisers] geen overlast meer ervaren met overlegging van bewijs van de uitgevoerde werkzaamheden en een geluidsmetingsrapport zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.500,00 per dag dat Pantelis en Merici in gebreke blijven;
3. A. de bewoners zal machtigen om, indien Pantelis en Merici niet aan de veroordeling voldoen, de installaties voor rekening van Pantelis en Merici te (doen) verwijderen en de oude toestand te herstellen, ongeacht de verbeurte van de dwangsom;
B. Pantelis en Merici zal veroordelen tot voldoening aan [eisers] van de factuur met betrekking tot de kosten van verwijdering en herstel te vermeerderen met de wettelijke rente;

4.4. Pantelis en Merici zal veroordelen in de proceskosten.in de hoofdzaak in reconventie3.3. Pantelis stelt, samengevat, dat [eisers] misbruik van hun bevoegdheid maken door deze procedure in te stellen. Zij hebben geen individueel vorderingsrecht met betrekking tot de gemeenschappelijke zaken en gedeelten die vallen binnen de hoofdsplitsing. Ook hebben zij geen concreet individueel belang bij de ingestelde vorderingen, nu hun belang geen uitgangspunt is geweest bij de verrichtte onderzoeken.

3.4.
Pantelis vordert in reconventie dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht zal verklaren dat [eisers] misbruik van bevoegdheid maken door onderhavige procedure in te stellen.
in het incident3.5. Merici vordert dat haar wordt toegestaan Pantelis in vrijwaring op te roepen. Zij stelt daartoe dat zij in het complex [naam complex] in een bedrijfsruimte, die zij huurt van Pantelis, Hotel Merici exploiteert. De installaties maken onderdeel uit van het gehuurde. Zonder deze installaties kan het hotel met restaurants niet geëxploiteerd worden. Als Pantelis de installaties uitschakelt, buiten gebruik stelt dan wel verwijdert, schiet Pantelis toerekenbaar tekort jegens Merci. In dat geval is er immers sprake van een gebrek in het gehuurde, omdat Merici dan niet langer het genot wordt verschaft dat zij bij het aangaan van de huurovereenkomst mocht verwachten. Merici stelt dat de rechtsverhouding tussen Pantelis en haar, Pantelis verplicht de nadelige gevolgen van een veroordeling van Merici in de hoofdzaak te dragen.
3.6.
Merici wijst erop dat op grond van art. 210 lid 3 Rv Pro – vanwege de huurrelatie in de vrijwaringszaak – de hoofdzaak, samen met de vrijwaringszaak naar de kamer voor kantonzaken zal moeten worden verwezen. Merici refereert zich aan het oordeel van de rechtbank omtrent een eventuele verwijzing naar de kamer voor kantonzaken.
3.7.
[eisers] refereren zich met betrekking tot de vordering tot oproeping in vrijwaring aan het oordeel van de rechtbank.

4.4. De beoordeling in het incident

Vrijwaring

4.1.
Voor toewijzing van een vordering tot oproeping in vrijwaring is vereist dat de partij die een derde in vrijwaring wenst op te roepen zich beroept op een rechtsverhouding met die derde die meebrengt dat de partij de nadelige gevolgen van de beslissing in de hoofdzaak op die derde kan afwentelen. Het daadwerkelijk bestaan van de gestelde rechtsverhouding behoeft nog niet vast te staan. Dat zal in de vrijwaringszaak moeten worden onderzocht.
4.2.
Gelet op de door Merici aangevoerde grond voor de oproeping in vrijwaring, valt naar het oordeel van de rechtbank op voorhand niet uit te sluiten dat Merici geheel of gedeeltelijk regres zal kunnen nemen op Pantelis. Dat is voor toewijzing van het verzoek voldoende. De rechtbank is daarom van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde gronden die vordering kunnen dragen.
4.3.
Gelet op de aard van het incident zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Voornemen verwijzing
4.4.
Naar het voorlopig oordeel van de rechtbank betreft de zaak in vrijwaring een vordering die ongeacht het beloop of de waarde daarvan op grond van art. 93 onder Pro c Rv door de kantonrechter moet worden behandeld. Ingevolge art. 210 lid 3 Rv Pro dient de rechter in dat geval zowel de hoofdzaak als de zaak in vrijwaring met overeenkomstige toepassing van art. 71 Rv Pro naar de kantonrechter te verwijzen.
Vervolg
4.5.
De rechtbank zal, alvorens te beslissen of tot verwijzing wordt overgegaan, [eisers] en Pantelis in de gelegenheid stellen zich hierover uit te laten. Merici heeft zich op voorhand al gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
4.6.
In afwachting van de uitlatingen van partijen over de verwijzing van de hoofdzaak en de vrijwaringszaak naar de kantonrechter, zal de rechtbank (in het dictum) de beslissing over de oproeping in vrijwaring aanhouden tot het vonnis waarin de rechtbank beslist over de verwijzing.

5.De beslissing

De rechtbank
in het incident
5.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
13 november 2024voor het nemen van een akte uitlating ambtshalve verwijzing van beide zaken naar de kamer voor kantonzaken aan de zijde van [eisers] en Pantelis,
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken. [1]

Voetnoten

1.type: AH