Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 3],
3.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 24 oktober 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [eiser 1] .
Rechtbank Limburg
Eiser trad op 1 september 2023 in dienst bij gedaagden op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Op 1 december 2023 werd eiser als vennoot ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, maar zonder vennootschapscontract of afspraken over rechten en plichten. De rechter acht dit een schijnconstructie om werkgeverslasten te vermijden.
Eiser heeft zich op 3 en 8 augustus 2024 ziek gemeld, maar gedaagden betaalden slechts deels het salaris over juli 2024 en daarna niets meer. De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd door de vennootschapstoetreding en dat er zelfs stilzwijgend een nieuwe arbeidsovereenkomst is ontstaan na uitschrijving als vennoot.
De rechter wijst de vorderingen grotendeels toe: betaling van achterstallig salaris inclusief wettelijke verhoging en rente, inschakeling van een bedrijfsarts met dwangsom, en verstrekking van salarisspecificaties. De gevorderde betaling van vakantiegeld en buitengerechtelijke kosten worden afgewezen. Gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, inschakeling bedrijfsarts en verstrekking salarisspecificaties, arbeidsovereenkomst blijft bestaan ondanks vennootschapstoetreding.