Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 23 oktober 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Limburg
Werknemer trad op 1 oktober 2022 in dienst bij Henko als logistiek medewerker. Na een woordenwisseling op 10 juli 2024 verliet werknemer de werkplek. Op 22 juli 2024 tekende werknemer een vaststellingsovereenkomst waarin het dienstverband per 10 juli 2024 zou eindigen. Werknemer ontbond deze overeenkomst binnen de wettelijke termijn van twee weken.
De werkgever stelde dat werknemer zelf ontslag had genomen, maar kon dit niet bewijzen. De kantonrechter oordeelde dat het dienstverband daardoor voortduurt en dat werkgever het salaris vanaf 10 juli 2024 moet betalen, vermeerderd met vakantiegeld, wettelijke rente en een wettelijke verhoging van 50% wegens te late betaling.
Daarnaast moet werkgever werknemer binnen 24 uur toelaten tot de werkzaamheden, onder verbeurte van een dwangsom. De vordering tot incassokosten werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. De proceskosten worden aan werkgever opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van salaris vanaf 10 juli 2024 en moet werknemer toelaten tot de werkzaamheden.