Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de rolbeslissing van 10 juli 2024
- de reactie namens [gedaagden] , ter griffie ontvangen op 19 juli 2024
- de akte wijziging van eis aan zijde van [eiser] met productie 28, ter griffie ontvangen op
- de herziene versie van de wijziging van eis aan zijde van [eiser] alsmede aanvullingen
2.De beoordeling
1. Gedaagden primair tot vergoeding van de schade zal veroordelen, ontstaan als gevolg van het onrechtmatige handelen waardoor een zinkgat is ontstaan, en de gevel aan de voorzijde
€ 102,85 voor rekening van gedaagden worden gebracht, waarbij de kit volledig wordt verwijderd van en uit de gevel van eiser binnen 2 weken na betekening van dit vonnis;
geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 25.000,00. De vorderingen zoals hierboven omschreven onder nummers 2, 4, 5, 6, 7 en 10 betreffen nog steeds vorderingen van onbepaalde waarde, zonder dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat de vorderingen in totaal geen hogere waarde vertegenwoordigen dan € 25.000,00. Gelet op het vorenstaande is de kantonrechter niet bevoegd om van de vorderingen van [eiser] kennis te nemen.
3.De beslissing
woensdag 13 november 2024voor stellen advocaat,