Uitspraak
1.De procedure
- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Limburg
Servatius heeft aan [gedaagde] servicekosten in rekening gebracht over de jaren 2018 en 2019, welke onbetaald zijn gebleven. Servatius vordert betaling van deze kosten plus incassokosten en rente. [gedaagde] voert verweer dat de vordering te laat is ingesteld, omdat de wettelijke vervaltermijn van 24 maanden is verstreken.
De kantonrechter overweegt dat de verhuurder jaarlijks uiterlijk zes maanden na het kalenderjaar een gespecificeerd overzicht moet verstrekken. Vervolgens moet een eventuele vordering binnen 24 maanden na die termijn worden ingesteld. Voor 2018 moest de vordering uiterlijk 30 juni 2020 zijn ingesteld, voor 2019 uiterlijk 30 juni 2022. De dagvaarding is pas in mei 2024 betekend, ruim na deze termijnen.
Hierdoor is Servatius niet-ontvankelijk in haar vordering. Het subsidiaire verweer behoeft geen bespreking. Servatius wordt veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente over de nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Servatius wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de vervaltermijn en veroordeeld in de proceskosten.