ECLI:NL:RBLIM:2024:7795
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voortzetting huurovereenkomst wegens ontbreken duurzame gemeenschappelijke huishouding
Eiser vordert voortzetting van de huurovereenkomst van zijn overleden vader op zijn eigen naam, op grond van artikel 7:268 lid 2 BW Pro. De kantonrechter stelt vast dat eiser zijn hoofdverblijf in de woning heeft, maar dat onvoldoende is aangetoond dat hij met zijn vader een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde.
De kantonrechter weegt mee dat financieel geen duidelijke gemeenschappelijke huishouding bestond, getuige de onduidelijke betalingen van eiser aan zijn vader. Ook getuigenverklaringen wijzen op een feitelijke verdeling van de woning in aparte gedeeltes. Verder ontbreken aanwijzingen voor gezamenlijke huishoudelijke taken, gezamenlijke kosten of gezamenlijke vrije tijd.
Daarnaast toont de inschrijving van eiser bij Thuis in Limburg en zijn reacties op andere woningen aan dat hij de intentie had om op termijn zelfstandig te gaan wonen. Dit onderstreept het ontbreken van een duurzaam karakter van de huishouding.
Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten van Wonen Zuid.
Uitkomst: De vordering tot voortzetting van de huurovereenkomst op naam van eiser wordt afgewezen wegens ontbreken van een duurzame gemeenschappelijke huishouding.