Op 19 augustus 2024 diende verzoeker een brief in met een wrakingsverzoek tegen een niet nader genoemde rechter en de griffier in drie bestuursrechtelijke zaken bij Rechtbank Limburg.
De wrakingskamer beoordeelde dat een wrakingsverzoek alleen kan worden gericht tegen individuele rechters die daadwerkelijk bij de zaak betrokken zijn. In de zaken met nummers ROE 23/2049 en ROE 24/3957 was nog geen rechter bekend die inhoudelijk bij de beroepen betrokken is, waardoor wraking niet mogelijk is. Voor zaak ROE 24/465 was de enige rechter die een beslissing nam mr. G. Leijten, maar deze rechter zal niet belast worden met de inhoudelijke beoordeling van het beroep, en wraking na een genomen beslissing is in principe niet meer mogelijk.
Daarnaast is een wrakingsverzoek tegen de griffier niet ontvankelijk, omdat de wet alleen wraking van rechters toestaat. Gelet hierop verklaarde de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting niet-ontvankelijk.
De beslissing werd op 15 oktober 2024 door de wrakingskamer van Rechtbank Limburg genomen en in het openbaar uitgesproken.