ECLI:NL:RBLIM:2024:7657
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering en aanzegvergoeding bij detacheringsovereenkomst korter dan zes maanden
Verzoekster werkte vanaf december 2022 via Randstad voor diverse opdrachtgevers onder uitzend- en detacheringsovereenkomsten. De laatste detacheringsovereenkomst liep van 1 januari 2024 tot 26 mei 2024 met een arbeidsomvang van 96 uur per vier weken.
Verzoekster vorderde een aanzegvergoeding omdat zij meende dat de aanzegplicht was geschonden en daarnaast achterstallig loon omdat zij onvoldoende werd ingeroosterd ondanks opgegeven beschikbaarheid. Randstad stelde dat de aanzegplicht niet gold voor de korte overeenkomst en dat verzoekster zich onvoldoende beschikbaar had gesteld volgens de Personeelsgids.
De kantonrechter oordeelde dat de aanzegplicht niet gold omdat de laatste overeenkomst korter dan zes maanden was en dat verzoekster zich niet hield aan de redelijke beschikbaarheidseisen. Hierdoor was Randstad niet gehouden tot betaling van loon voor niet-gewerkte uren. De vorderingen en nevenvorderingen werden afgewezen en verzoekster werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de loonvordering en aanzegvergoeding af en veroordeelt verzoekster in de proceskosten.