Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[naam], vergunninghoudster.
Rechtbank Limburg
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen de aan vergunninghoudster verleende exploitatievergunning en gedoogverklaring voor een coffeeshop op het perceel Randweg 3 te Roermond. De voorzieningenrechter oordeelt dat een deel van de verzoekers belanghebbende is en dat er sprake is van onverwijlde spoed, waardoor het verzoek ontvankelijk is.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat de locatie van de coffeeshop niet in strijd is met de vestigingscriteria van de Beleidsregel van de burgemeester, waaronder de afstand tot kwetsbare groepen en voorzieningen. De burgemeester heeft voldoende gemotiveerd dat de coffeeshop onder de bestemming 'Horeca' valt en dat de ruimtelijke uitstraling vergelijkbaar is met horecabedrijven van categorie 2. Ook de parkeerfaciliteiten zijn passend volgens het bestemmingsplan.
Hoewel verzoekers vrezen voor overlast en verkeersveiligheid, weegt de voorzieningenrechter deze belangen af tegen het vergunningenbeleid van de burgemeester, dat gericht is op het voorkomen van straathandel en het waarborgen van openbare orde en veiligheid. De vrees voor overlast is gebaseerd op aannames en zal in de praktijk moeten blijken, waarbij handhaving een rol speelt. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af, waardoor de vergunninghoudster de coffeeshop mag exploiteren na afloop van de bezwaartermijn.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de vergunninghoudster de coffeeshop mag exploiteren na afloop van de bezwaartermijn.