Partijen sloten een overeenkomst tot aanneming van werk voor interieurwerkzaamheden aan een bedrijfspand bestaande uit een kapsalon, beautysalon en parfumerie. De werkzaamheden startten eind maart 2021. Na ingebrekestelling en overleg over gebreken, voerde de aannemer herstelwerkzaamheden uit tussen september en november 2023. De opdrachtgever reageerde niet binnen de gestelde termijn op het aanbod tot oplevering, waardoor het werk stilzwijgend werd aanvaard.
De aannemer vorderde betaling van het openstaande bedrag van € 11.350,14 plus wettelijke rente en incassokosten. De opdrachtgever betwistte oplevering en stelde dat gebreken niet waren hersteld, waardoor betaling mocht worden opgeschort. Tevens vorderde zij schadevergoeding wegens tekortkoming.
De kantonrechter oordeelde dat het werk rechtsgeldig is opgeleverd en stilzwijgend is aanvaard, waardoor de opdrachtgever gehouden is tot betaling van het restantbedrag en de incassokosten. De vorderingen tot schadevergoeding werden afgewezen omdat de opdrachtgever onvoldoende concrete gebreken had gesteld en de aannemer niet aansprakelijk kan worden gehouden voor gebreken die bij oplevering kenbaar waren.
De opdrachtgever werd veroordeeld tot betaling van het restantbedrag, wettelijke rente vanaf 14 december 2023, incassokosten van € 888,50 en proceskosten. De vorderingen van de opdrachtgever tot schadevergoeding werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij.