Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Limburg
De huurder huurt sinds augustus 2019 een woning van Stichting Weller Wonen tegen een maandelijkse huurprijs van € 656,97. Weller vordert betaling van achterstallige huur, incassokosten en wettelijke rente vanaf de dagvaarding van 10 april 2024.
De huurder betwist de vordering en voert aan dat hij de huurbetalingen rond de 24e of 25e van de maand heeft voldaan, met bewijs van betaalbewijzen. Weller betwist dat zij hiermee heeft ingestemd en stelt dat de huur vóór de eerste van de maand voldaan moet zijn.
De kantonrechter oordeelt dat de betalingen van de huurder steeds te laat zijn gedaan en dat Weller de betalingen onjuist heeft toegerekend. Correcte toerekening leidt ertoe dat de huur van april 2024 nog openstond op de dagvaarding. De huurder heeft deze huur op 24 april 2024 alsnog betaald, wat in mindering wordt gebracht. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 10 april tot 24 april 2024. De incassokosten worden afgewezen wegens het ontbreken van een kosteloze aanmaning. De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige huur voor april 2024 met wettelijke rente en proceskosten, incassokosten worden afgewezen.