Huurder heeft van verhuurder een aantal stallen en een weiland gehuurd voor paardenhouderijactiviteiten. Tijdens de huurperiode bracht huurder kleine spullen aan in de stallen, zoals dekenrekken, drinkbakbeugels en lampen, die zij na afloop van de huur wilde meenemen. Daarnaast leverde huurder wanden voor een loopstal die verhuurder op haar verzoek heeft gerealiseerd.
Huurder vorderde schadevergoeding voor achtergelaten spullen en teruggave van haar eigendommen, terwijl verhuurder een tegenvordering instelde voor herstelkosten van het weiland en openstaande facturen. De rechtbank oordeelde dat de kleine spullen onbetwist eigendom van huurder zijn en dat verhuurder onrechtmatig handelde door deze niet terug te geven, maar dat de schadevergoeding onvoldoende was onderbouwd. De wanden in de loopstal zijn volgens de rechtbank eigendom van verhuurder, omdat huurder geen sluitende afspraak kon aantonen dat deze haar eigendom zouden blijven.
De tegenvordering van verhuurder voor herstel van het weiland werd afgewezen omdat de staat van het gehuurde bij aanvang niet kon worden vastgesteld. De rechtbank veroordeelde verhuurder tot teruggave van de kleine spullen aan huurder en huurder tot betaling van een deel van de factuur voor hooi, stro en incassokosten. Proceskosten werden gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.