Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Ingehouden vakantie uren
Studiekosten en wachtdagen
Rechtbank Limburg
De werknemer trad op 1 september 2022 in dienst bij de werkgever met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Medio december 2022 escaleerde de situatie tussen partijen, waarna op 21 december 2022 een afscheidsrondje plaatsvond en de werknemer geen toegang meer had tot het intranet. Op 22 december 2022 bevestigde de werkgever de intentie tot beëindiging met wederzijds goedvinden per 1 januari 2023.
De werkgever vorderde een gefixeerde schadevergoeding wegens vermeende onregelmatige opzegging, terwijl de werknemer stelde dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden was beëindigd. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer aan zijn stelplicht en bewijslast had voldaan, gelet op de loonstrook, het afscheidsrondje en het ontbreken van oproepen tot werken na 1 januari 2023.
Verder stelde de werknemer dat onterecht vakantiedagen en studiekosten waren ingehouden op de eindafrekening. De kantonrechter constateerde dat de werkgever geen deugdelijke administratie van vakantiedagen had en dat het studiekostenbeding niet aan de Van Opzeeland-criteria voldeed, waardoor inhouding onterecht was. De werkgever mocht wel inhouding toepassen voor wachtdagen.
De kantonrechter wees het verzoek van de werkgever tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding af en veroordeelde de werkgever tot betaling van een bedrag aan de werknemer wegens onterecht ingehouden vakantiedagen en studiekosten, vermeerderd met rente en wettelijke verhoging. De proceskosten werden aan de werkgever opgelegd. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De gefixeerde schadevergoeding wordt afgewezen en de werkgever moet een bedrag aan vakantiedagen en studiekosten aan de werknemer betalen.