Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van repliek
- [gedaagde] heeft geen conclusie van dupliek genomen.
Rechtbank Limburg
Mevrouw erflaatster is in 2020 overleden. Zij had tussen oktober 2015 en februari 2016 in totaal €15.000 via haar betaalrekening aan haar zoon, gedaagde, overgemaakt. Eiser, als vereffenaar van de nalatenschap, vordert terugbetaling van dit bedrag met rente en kosten, stellende dat het om een lening gaat. Gedaagde betwist dit en stelt dat het om een schenking gaat, die niet terugbetaald hoeft te worden.
Eiser baseert zijn vordering mede op een gespreksnotitie van 21 januari 2022 waarin gedaagde zou hebben erkend dat het om een lening gaat. Gedaagde heeft deze notitie niet ondertekend en betwist de inhoud. De kantonrechter oordeelt dat deze notitie onvoldoende bewijs oplevert en dat het mogelijk is dat de betaling een schenking was die als voorschot op de erfenis moet worden beschouwd.
Omdat eiser geen aanvullend bewijs heeft geleverd dat het om een lening gaat, wordt de vordering afgewezen. Eiser wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van €15.000 wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat het om een lening gaat.