Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een geschil tussen Royal Vastgoed B.V. en twee huurders over een huurachterstand en de ontbinding van de huurovereenkomst van een woning te [woonplaats 1]. De huurders zijn sinds 20 maart 2020 huurder van de woning tegen een maandelijkse huurprijs van €600,19 exclusief kosten voor nutsvoorzieningen. Vanaf juli 2023 zijn zij in verzuim geraakt met de betaling van de huur, waardoor een achterstand is ontstaan van €4.374,71 bij dagvaarding, die later verder opliep.
Royal vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning, betaling van de huurachterstand en een maandelijkse gebruikersvergoeding vanaf datum vonnis tot ontruiming. Eén huurder erkent de achterstand en geeft aan hulp te zoeken voor zijn financiële situatie, terwijl de andere huurder niet is verschenen en verstek is verleend.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand van meer dan drie maanden een ernstige tekortkoming vormt die recht geeft op ontbinding van de huurovereenkomst. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen met een termijn van één maand. Tevens worden de huurders veroordeeld tot betaling van de achterstand en de gebruikersvergoeding, alsmede de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurders worden veroordeeld tot ontruiming binnen één maand en betaling van de huurachterstand en gebruikersvergoeding.