ECLI:NL:RBLIM:2024:6060

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
28 augustus 2024
Publicatiedatum
9 september 2024
Zaaknummer
11120705 \ CV EXPL 24-2711
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:119a BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding overeenkomst aanneming werk en toewijzing betaling en schadevergoeding

Eisers hebben een procedure aangespannen tegen gedaagde wegens niet-nakoming van een overeenkomst tot aanneming van werk. Gedaagde heeft na verkregen uitstel niet meer gereageerd, waardoor de vordering van eisers als niet weersproken wordt beschouwd.

De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst tot aanneming van werk tussen partijen ontbonden is. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €3.850,00 plus de wettelijke rente vanaf 20 januari 2024 tot volledige betaling. Daarnaast wordt een schadevergoeding van €1.059,01 toegewezen, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening, met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.

De gevorderde handelsrente wordt afgewezen omdat niet is gesteld of gebleken dat sprake is van een handelsovereenkomst. Gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van eisers, begroot op €659,84. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De overeenkomst tot aanneming van werk is ontbonden en gedaagde is veroordeeld tot betaling van €3.850,00 plus wettelijke rente en een schadevergoeding van €1.059,01.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11120705 \ CV EXPL 24-2711
Vonnis van de kantonrechter van 28 augustus 2024
in de zaak van:

2 [eiser sub 2] ,

beiden wonend te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
gemachtigde Stichting Achmea Rechtsbijstand,
tegen:
[gedaagde] h.o.d.n. [handelsnaam],
wonend [adres] ,
[woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
procederende in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het verzoek om uitstel van gedaagde partij
- gedaagde heeft ondanks verleend uitstel niet meer reageert, zodat dit recht is komen te vervallen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen. Dit echter met dien verstande dat de gevorderde handelsrente ex art. 6:119a van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt afgewezen nu niet is gesteld nog anderszins is gebleken dat er sprake is van een handelsovereenkomst tussen partijen in de zin van deze bepaling. Dit geldt in het bijzonder met betrekking tot de vordering tot betaling van schadevergoeding, nu dit naar haar aard al geen handelsovereenkomst kan betreffen. In plaats daarvan wordt de wettelijke rente ex. art. 6:119 BW Pro toegewezen.
2.2.
Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
  • dagvaarding € 140,84
  • griffierecht € 248,00
  • salaris gemachtigde €
totaal € 659,84

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verklaart voor recht dat de tussen partijen gesloten overeenkomst tot aanneming van werk is ontbonden,
3.2.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 3.850,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 januari 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 1.059,01 als schadevergoeding, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening en - voor het geval voldoening van de schade niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf bedoelde termijn voor voldoening,
3.4.
veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 659,84,
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.