Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de akte van [eiseres] van 19 juni 2024,
- de antwoordakte van [gedaagden] van 3 juli 2024.
Rechtbank Limburg
In deze civiele zaak vordert eiseres vergoeding van buitengerechtelijke kosten voor rechtsbijstand verleend door haar advocaat. De rechtbank verwijst naar een eerder tussenvonnis en beoordeelt de redelijkheid van de gevorderde kosten aan de hand van de dubbele redelijkheidstoets.
De rechtbank stelt vast dat een deel van de opgevoerde uren niet redelijk ten laste van de gedaagden kan worden gebracht, onder meer omdat werkzaamheden betrekking hadden op een andere verzekeringszaak en er onduidelijkheid bestond over de tijdsbesteding voor ontvangst van het dossier. Ook wijst de rechtbank de kantoorkosten af, omdat deze niet in rekening zijn gebracht aan de rechtsbijstandsverzekeraar en het onredelijk is deze nu wel aan gedaagden door te berekenen.
De rechtbank veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van een bedrag van € 8.845,48 aan buitengerechtelijke kosten en wijst de proceskosten toe aan gedaagden, die eiseres moet betalen. Tevens wordt wettelijke rente toegewezen over de nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van € 8.845,48 aan buitengerechtelijke kosten en eiseres in de proceskosten.