Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
de rechtbank begrijpt [slachtoffer] )en ik, kwamen van de winkel terug. [slachtoffer] en ik zijn vrienden van elkaar. Wij stapten uit de auto en de buurvrouw van [slachtoffer] , van nummer [adresgegevens verdachte] kwam naar buiten. Ik hoorde dat zij met verheven stem tegen [slachtoffer] praatte. […] Ik zag dat [slachtoffer] bij de voordeur van zijn woning, nummer [adres] , stond. Precies op dat moment zag ik dat de buurman van nummer [adresgegevens verdachte] , uit zijn woning rende met een knuppel in zijn rechterhand. Ik zag dat hij deze boven zijn hoofd tilde en op [slachtoffer] af rende.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het primair tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
wijst gedeeltelijk toede vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer]en veroordeelt de verdachte om aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van
wettelijke rentevanaf 3 mei 2024;
- wijstde vordering voor zover deze ziet op ‘zaakschade’ en het restant van de gevorderde ‘reiskosten’
af; - bepaaltdat de vordering van
[slachtoffer]voor de overige gevorderde schade
niet-ontvankelijkis en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; - veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling
- verstaat dat de verdachte van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde partij is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.