Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[verzoekster] , verzoekster,
[naam]en
[naam], uit [woonplaats] (de derde-partij),
Rechtbank Limburg
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een last onder dwangsom die door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas is opgelegd vanwege een loods die in strijd is met het tijdelijk deel van het omgevingsplan. De loods is te dicht bij de perceelsgrens gebouwd en overschrijdt het maximaal toegestane bebouwingsoppervlak voor bedrijfsgebouwen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de loods kwalificeert als een bedrijfsgebouw en dat hiervoor geen omgevingsvergunning is verleend, waardoor sprake is van een overtreding van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet. De vergunningsvrije regels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn niet van toepassing op deze omgevingsplanactiviteit.
Verzoekster betoogt dat handhavend optreden onevenredig is vanwege een lopende beroepsprocedure, maar de voorzieningenrechter oordeelt dat het niet evident is dat het beroep zal slagen en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die handhaving in de weg staan. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.