Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
culpa) van de verdachte aan het verkeersongeval. Voor schuld (
culpa) is – minst genomen - een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid of onoplettendheid vereist. Bij de beoordeling of hieraan is voldaan, komt het aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Niet elk tekortschieten, niet elke verkeersovertreding is voldoende voor het aannemen van schuld. Een kort moment van onoplettendheid is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van schuld te komen. Voorts geldt dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin.
- verstoring in de aanwezige vuilafzetting op de voorbumper onder de linker koplamp (foto’s 14, 15 en 16 in detail, sporenbordje 8);
- verstoring in de aanwezige vuilafzetting aan de linkerzijde van de gril (foto’s 14 en 15, sporenbordje 9);
- verstoring in de aanwezige vuilafzetting aan de linkerzijde boven de gril, naast de linker koplamp (foto’s 14 en 15 sporenbordje 10);
- verstoring in de aanwezige vuilafzetting, kras en veegsporen aan de linkerzijde van de motorkap (foto’s 14 en 17 sporenbordje 11);
- weefsel aan/ in de voorruit (foto’s 18, detail in foto 19, beide sporenbordje 12).
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.Een straf?
7.De beslissing
- verklaart het subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat subsidiair meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;