ECLI:NL:RBLIM:2024:519

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
31 januari 2024
Publicatiedatum
5 februari 2024
Zaaknummer
C/03/326930 / HA RK 24-25
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 39 lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing wrakingsverzoek rechter wegens afwezigheid psychiater tijdens zitting

Op 26 januari 2024 diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen mr. R.H.A.M. Beaumont, rechter in de rechtbank Limburg, omdat een psychiater niet fysiek aanwezig was tijdens een zitting over een verplichte zorgmachtiging. De wrakingskamer oordeelde dat het niet aan de rechter is om te bepalen of een psychiater fysiek aanwezig is en dat dit geen grond voor wraking vormt.

De wrakingskamer benadrukte dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling onpartijdig wordt vermoed, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die objectief een vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. Het verzoek werd zonder mondelinge behandeling kennelijk ongegrond verklaard.

Daarnaast constateerde de wrakingskamer dat verzoeker binnen een maand voor de tweede keer een wrakingsverzoek had ingediend zonder geldige reden, waardoor de misbruikbepaling van artikel 39 lid 4 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing werd verklaard. Dit betekent dat toekomstige wrakingsverzoeken in deze zaak niet in behandeling worden genomen.

Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen rechter wegens afwezigheid psychiater wordt kennelijk ongegrond verklaard en toekomstige wrakingsverzoeken worden niet in behandeling genomen.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Wrakingskamer
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/326930 / HA RK 24-25
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
advocaat mr. E.J.A. Roeleven te Heerlen,
dat strekt tot wraking van mr. R.H.A.M. Beaumont, rechter in de rechtbank Limburg, hierna de rechter.

1.De procedure

Op 26 januari 2024 heeft betrokkene tijdens de behandeling van het verzoek in de zaak met zaaknummer 03/ 325469 / BZ RK 23/2407 waar over een verplichte zorgmachtiging zou worden gesproken de rechter gewraakt.
De rechter heeft de wrakingskamer bericht dat hij niet berust in de wraking.
De datum van de uitspraak wordt bepaald op heden.

2.De beoordeling

Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een procespartij vooringenomen is, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het (subjectieve) standpunt van een verzoeker daarover is belangrijk, maar niet doorslaggevend; de vrees voor partijdigheid van de rechter moet objectief gerechtvaardigd zijn.
De wrakingskamer heeft kennisgenomen van het wrakingsverzoek. De rechter is gewraakt omdat, zo stelt verzoeker, hem was toegezegd dat de psychiater [naam psychiater] fysiek aanwezig zou zijn tijdens de zitting. Nu dit niet het geval is wraakt verzoeker de rechter.
De wrakingskamer stelt vast dat het niet aan de rechter is of een psychiater wel of niet ter zitting fysiek aanwezig zal zijn. Nu dit gegeven geen grond voor wraking is en er overigens geen gronden voor wraking zijn aangevoerd wordt het verzoek zonder verdere mondelinge behandeling, kennelijk ongegrond verklaard.
De wrakingskamer ziet daarnaast in het feit dat verzoeker in de onderliggende procedure voor de tweede keer in een maand tijd een wrakingsverzoek heeft ingediend zonder dat daarvoor een geldige reden wordt aangevoerd, aanleiding de misbruikbepaling van artikel 39, lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing te verklaren. Dit betekent dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
- verklaart het verzoek ongegrond;
- bepaalt dat volgende verzoeken om wraking in deze zaak (zaaknummer 325469 / BZ RK 23/2407) niet in behandeling zullen worden genomen.
Deze beslissing is gegeven door, mr. J. Schreurs-van de Langemheen, mr. H.H. Dethmers en mr. A.K Kleine bijgestaan door mr. M.J.W.D. Janssen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2024.