Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
wonend te [woonplaats 1] ,
1.De procedure
- de rolbeslissing van 19 juni 2024
- de akte uitlating bevoegdheid tevens vermeerdering van eis met productie 5
- de reactie op de rolbeslissing van [gedaagde] met producties 1 t/m 3.
Rechtbank Limburg
In deze civiele procedure heeft eiseres een vordering ingesteld tot het verkrijgen van informatie en een geldvordering ex artikel 4:13 lid 3 BW Pro tot betaling van haar erfdeel. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de samenhang tussen deze vorderingen zich verzet tegen afzonderlijke behandeling, waardoor de kantonrechter bevoegd is de zaak te behandelen.
De kantonrechter constateert dat de vordering op grond van artikel 4:15 lid 1 BW Pro ingeleid dient te worden via verzoekschrift, terwijl eiseres de procedure met dagvaarding is gestart. Dit is een onjuiste procesvorm.
Daarom beveelt de kantonrechter eiseres om het inleidend processtuk te verbeteren en de procedure voort te zetten volgens de regels van de verzoekschriftprocedure. Tevens wordt eiseres in de gelegenheid gesteld haar stellingen aan te passen aan de toepasselijke procesregels.
Uitkomst: De kantonrechter beveelt verbetering van het processtuk en voortzetting van de procedure als verzoekschriftprocedure.