De Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg (GI) verzoekt spoedeisend vervangende toestemming voor een keizersnede voor het ongeboren kind, omdat de moeder deze toestemming weigert ondanks een acute medische noodzaak. De moeder is ongeveer 37 weken zwanger, de baby ligt in stuitligging, heeft weinig vruchtwater en een zeer laag geboortegewicht. Pogingen om de baby te draaien zijn mislukt en de moeder weigert medicatie hiervoor. Daarnaast is de psychische toestand van de moeder ernstig verstoord, met verward gedrag en wantrouwende, paranoïde uitspraken.
De kinderrechter stelt vast dat de moeder geen toestemming wil geven voor een keizersnede, wat ernstige risico's voor het ongeboren kind kan veroorzaken, waaronder de dood. Op grond van artikel 1:265h BW kan de kinderrechter de toestemming van de ouder vervangen indien deze weigert en er ernstig gevaar is voor de gezondheid van het minderjarige kind. Gezien de spoedeisendheid en ernst van de situatie wordt het verzoek toegewezen.
De kinderrechter verleent daarom vervangende toestemming voor de medische behandeling, specifiek voor het geval een keizersnede noodzakelijk is om een acute en ernstige bedreiging voor het ongeboren kind weg te nemen. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Zowel de GI als de moeder worden uitgenodigd voor een mondelinge behandeling om hun mening te geven.