Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2024:4916

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
24 juli 2024
Publicatiedatum
26 juli 2024
Zaaknummer
10937758 \ CV EXPL 24-884
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsverplichting consument verminderd en incassokosten afgewezen in civiele procedure

In deze civiele procedure vordert Billink Financial Solutions B.V. betaling van een openstaand bedrag van een consument. De kantonrechter heeft in een tussenvonnis aangegeven de betalingsverplichting van de consument met 25% te willen verminderen en heeft de consument in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten. De consument heeft niet gereageerd.

De kantonrechter bevestigt het voornemen tot vermindering van de hoofdsom en wijst een bedrag van € 38,59 toe, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dagvaarding. De gevorderde wettelijke rente over een te hoog bedrag wordt afgewezen. Daarnaast vordert Billink vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, maar deze vordering wordt afgewezen omdat de aanmaning niet voldeed aan de vereisten van artikel 6:96 lid 6 BW Pro, met name het ontbreken van een betalingstermijn van veertien dagen.

De consument wordt veroordeeld tot betaling van de toegewezen hoofdsom, de wettelijke rente en de proceskosten van in totaal € 303,54. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Consument wordt veroordeeld tot betaling van € 38,59 met wettelijke rente vanaf dagvaarding en proceskosten, incassokosten worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10937758 \ CV EXPL 24-884
Vonnis van 24 juli 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BILLINK FINANCIAL SOLUTIONS B.V.,
gevestigd te Gouda,
eisende partij,
hierna te noemen: Billink,
gemachtigde: Deurwaarderskantoor Van Lith B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende op een geheim adres in de gemeente [gemeente] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De verdere procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 24 april 2024
- de aantekening van de griffier op de rol van 22 mei 2024 dat [gedaagde] niet heeft gereageerd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter:
- overwogen voornemens te zijn de betalingsverplichting van [gedaagde] met
25% te verminderen
- [gedaagde] in de gelegenheid gesteld zich over de voorgenomen vernietiging uit
te laten, waarna Billink in de gelegenheid zal worden gesteld een antwoordakte te nemen.
2.2.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om terug te komen van hetgeen in het tussenvonnis is overwogen. [gedaagde] heeft niet gereageerd.
2.3.
Op grond van voorgaande overwegingen zal een bedrag van € 38,59 aan gesanctioneerde hoofdsom worden toegewezen.
Wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten
2.4.
De gevorderde vervallen wettelijke rente vanaf de verzuimdatum tot 30 januari 2024 (-= datum van dagvaarding) ten bedrage van € 2,91 is niet toewijsbaar aangezien deze over een te hoog bedrag is berekend.
2.5.
De wettelijke rente over de gesanctioneerde hoofdsom zal worden toegewezen vanaf 30 januari 2024 (= de datum van dagvaarding).
2.6.
Billink vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) is van toepassing. Het verzuim is op of na 1 juli 2012 ingetreden. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten (artikel 6:96 leden Pro 5 en 6 BW). Billink heeft aan [gedaagde] een aanmaning verstuurd die niet voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. In de aanmaning is namelijk geen betalingstermijn van veertien dagen gegeven die ingaat op de dag na ontvangst van de aanmaning door [gedaagde] . Dit is wel vereist op grond van artikel 6:96 lid 6 BW Pro (Hoge Raad 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00 wordt daarom afgewezen.
Conclusie
2.7.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal een bedrag van € 38,59, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 30 januari 2024 tot de dag van volledige betaling, wordt toegewezen.
Proceskosten
2.8.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Billink worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
113,54
- griffierecht
130,00
- salaris gemachtigde
40,00
(1,00 punten × € 40,00)
- nakosten
20,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
303,54

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Billink te betalen een bedrag van € 38,59, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 30 januari 2024, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 303,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2024.
type: JEC