Eiser vordert vergoeding van schade veroorzaakt door een bijtincident tussen zijn hond en de honden van gedaagde, alsmede schade door vermeende valse uitlatingen van gedaagde. Het incident vond plaats na een hondentraining in Nederland, waarbij eiser en gedaagde beiden Golden Retrievers bezitten. Eiser stelt dat hij en zijn hond door de honden van gedaagde zijn gebeten, met diverse verwondingen en schade als gevolg.
Gedaagde betwist aansprakelijkheid en stelt dat het incident anders is verlopen, waarbij eiser zijn eigen hond zou hebben laten bijten en hijzelf met vuisten op de honden sloeg. De rechtbank beoordeelt de rechtsmacht en toepasselijk recht en stelt vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is.
De rechtbank onderscheidt drie schadeoorzaken: de beet in de nek van de hond van eiser, de beet in de flank van die hond, en de beten in de armen en handen van eiser. Alleen de beet in de flank wordt door gedaagde erkend en geacht aansprakelijkheid te geven. De overige beten en verwondingen zijn onvoldoende bewezen als veroorzaakt door de honden van gedaagde. Ook het beroep op onrechtmatige daad wegens valse uitlatingen wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
De rechtbank wijst het beroep op eigen schuld van gedaagde af. Van de gevorderde schade wordt alleen een bedrag van €252,80 aan dierenartskosten voor de beet in de flank toegewezen, maar dit bedrag wordt gecompenseerd door een eerdere betaling van €4.500, zodat de vordering wordt afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten en de wettelijke rente over deze kosten.