Eiseres exploiteert een tuincentrum waar tijdens een controle door de politie en gemeente een grote hoeveelheid goederen is aangetroffen die, hoewel legaal, naar het oordeel van de burgemeester bestemd zijn voor grootschalige hennepteelt. De burgemeester besloot het bedrijfspand voor zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b en 11a van de Opiumwet.
Eiseres betwist de beschuldigingen en stelt dat de goederen legaal zijn en niet bestemd voor hennepteelt. Zij wijst op de negatieve gevolgen van sluiting, met name voor de aanwezige vissen en de financiële impact. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting, dat de sluiting noodzakelijk is ter bescherming van de openbare orde en het woonklimaat, en dat de belangenafweging de sluiting rechtvaardigt.
Hoewel de sluiting grote nadelige gevolgen heeft, is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat deze onoverkomelijk zijn. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, met een uitstel van zes weken voor sluiting vanwege dierenwelzijn.