Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
‘DE DWAZE HERDER’,
1.De procedure
2.Het geschil
- het restant van het brutoloon over de maand december 2022 groot € 841,60,
3.De beoordeling
- dagvaarding € 131,85
- griffierecht € 86,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Limburg
Eiser trad op 1 november 2022 in dienst bij Pascalino B.V. als kok voor bepaalde tijd tot 31 mei 2023. Hij vorderde betaling van het resterende brutoloon over december 2022, wettelijke verhoging wegens te late betaling, voortzetting van maandelijkse loonbetalingen tot einde dienstverband en afgifte van salarisspecificaties.
Pascalino stelde dat de vakantieweken in december niet waren opgebouwd en dat loon daarom was gekort, en dat het resterende bedrag reeds was betaald. Eiser betwistte dit en stelde dat Pascalino geen voorbehoud had gemaakt en dat de betaling pas na dagvaarding plaatsvond, waardoor de wettelijke verhoging terecht was.
De kantonrechter oordeelde dat eiser zijn vordering voldoende had onderbouwd en Pascalino haar verweer onvoldoende had gemotiveerd, mede doordat zij geen dupliek had genomen. Het reeds betaalde bedrag werd in mindering gebracht, maar de loonvordering, wettelijke verhoging en rente werden toegewezen.
Daarnaast werd Pascalino veroordeeld tot tijdige maandelijkse betaling van het loon en afgifte van salarisspecificaties onder dwangsom. De proceskosten werden aan Pascalino opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werkgever Pascalino B.V. wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, wettelijke verhoging, voortzetting van loonbetalingen en afgifte van salarisspecificaties met proceskosten.